Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 1 mei 2002

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3164Zaaknummer WAHV 01-00561

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
1 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00561
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de indiener niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kalsbeek, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De beslissing van de kantonrechter
  2. 2. Het procesverloop
  3. 3. Beoordeling
  4. 4. De beslissing

WAHV 01/00561

1 mei 2002

CJIB 38923116

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Utrecht

van 8 oktober 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

Tegen de beslissing van de kantonrechter is hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 27 februari 2002 heeft de griffier bij het gerechtshof de betrokkene verzocht een aantal vragen te beantwoorden. De betrokkene heeft niet binnen de gestelde termijn op deze brief gereageerd.

3. Beoordeling

3.1. Op grond van het stelsel van de wet dient degene die het beroepschrift indient onder meer zijn naam bekend te maken. Indien de betrokkene een rechtspersoon is dient voorts te blijken of de indiener bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen danwel of de indiener door de vertegenwoordiger van de rechtspersoon gemachtigd is namens de rechtspersoon in rechte op te treden.

3.2. Het beroepschrift, gedateerd 9 november 2001, is weliswaar ondertekend, doch niet blijkt wie de indiener is. Evenmin is gebleken dat de indiener bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen danwel dat de indiener door de vertegenwoordiger van de rechtspersoon gemachtigd is namens de rechtspersoon in rechte op te treden. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

3.3. Nu niet gebleken is dat het beroep is ingesteld door een daartoe op één van eerdergenoemde wijzen bevoegde persoon, dient de indiener niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de indiener niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kalsbeek, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.