Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Den Haag, 6 november 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:3017Zaaknummer 22-002900-22
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 november 2023
- Publicatiedatum
- 7 januari 2026
- Zaaknummer
- 22-002900-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven en diefstal. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 februari 2022, parketnummer 09-044801-22, met een termijn van
1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
mr. L. Verheij
Volledige tekst
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Rolnummer: 22-002900-22
Parketnummers: 09-080935-21, 09-199802-22 en
09-044801-22 (tul)
TEGENSPRAAK
Uitspraak van mr. L. Verheij van 6 november 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte],
voornamen: [voornamen verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ( [land] ),
[verblijfplaats].
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 februari 2022, parketnummer 09-044801-22, met een termijn van
1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
mr. L. Verheij
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2025:1780 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2025:1780 Hoge Raad, 25 november 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.