Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Den Haag, 17 april 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:2970Zaaknummer 22-001937-21
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 april 2023
- Publicatiedatum
- 28 mei 2025
- Zaaknummer
- 22-001937-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan rijden onder invloed van amfetamine en cannabis. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
mr. L. Verheij
Volledige tekst
Aantekening mondeling arrest
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Rolnummer: 22-001937-21
Parketnummer: 96-262658-20
TEGENSPRAAK
Uitspraak van mr. L. Verheij van 17 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte],
voornamen: [voornamen verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ([land]),
wonende te [woonplaats],[woonadres],
thans gedetineerd in [[verblijfplaats].
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
mr. L. Verheij
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2025:643 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2025:643 Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.