Uitspraak · Arbeidsrecht

Gerechtshof Den Haag, 20 april 2021

ECLI:NL:GHDHA:2021:801Zaaknummer 200.273.709/01

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
20 april 2021
Publicatiedatum
12 september 2021
Zaaknummer
200.273.709/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Verwijzing na Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelbeslissing

Het hof:

Verbetert de rechtsoverwegingen 3.11. en 3.14. van de beschikking van 23 februari 2021 aldus dat in de 5e regel van rov. 3.11. en in de 11e regel van rov. 3.14. in plaats van ‘€ 501.000,-’ gelezen dient te worden ‘€ 501.000.000,-’.

Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.

Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M. T. Nijhuis, M.J. van Cleef-Metsaars en L.G. Verburg.

Volledige tekst

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.273.709/01

Zaaknummer Hoge Raad der Nederlanden: 18/05125

Zaaknummer gerechtshof Amsterdam: 200.219.037/01

Zaaknummer rechtbank Amsterdam: 5526054 EA VERZ 16-1426

Beslissing van 20 april 2021

inzake

ABN AMRO Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: ABN AMRO,

advocaat: mr. M.J.M.T. Keulaerds te Den Haag,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: [verweerder],

advocaat: mr. R.H.G. Evers te Leusden.

Het hof heeft op 23 februari 2021 in bovengenoemde zaak een beschikking gegeven.

Het hof heeft kennis genomen van het schriftelijke verzoek van ABN AMRO ter griffie ingekomen op 25 februari 2021 om een kennelijke fout te verbeteren. Daartoe wordt aangevoerd dat in de rechtsoverwegingen 3.11. en 3.14. van de beschikking melding wordt gemaakt van een door ABN AMRO gedane investering in de pensioenregeling van haar werknemers die gesteld is op ‘501.000-’, terwijl uit de processtukken blijkt dat dit bedrag ‘501.000.000,-’, zijnde € 501 miljoen, behoort te zijn.

[verweerder] is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Bij e-mailbericht van 1 april 2021 heeft hij bevestigd dat in de processtukken inderdaad is gesproken over het door ABN AMRO vermelde bedrag.

Het hof zal het verzoek toewijzen. Daartoe overweegt het hof dat de beslissing een schrijffout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent.

Beslissing

Het hof:

Verbetert de rechtsoverwegingen 3.11. en 3.14. van de beschikking van 23 februari 2021 aldus dat in de 5e regel van rov. 3.11. en in de 11e regel van rov. 3.14. in plaats van ‘€ 501.000,-’ gelezen dient te worden ‘€ 501.000.000,-’.

Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.

Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M. T. Nijhuis, M.J. van Cleef-Metsaars en L.G. Verburg.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.