Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Den Haag, 10 april 2019

ECLI:NL:GHDHA:2019:1069Zaaknummer 200.245.427/01

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2019
Publicatiedatum
8 mei 2019
Zaaknummer
200.245.427/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep, Rekestprocedure
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hof acht handelwijze van de man met betrekking tot intrekking onzorgvuldig. Desondanks heeft er een geldige intrekking plaatsgevonden.

Het hof, in hoger beroep:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, A.N. Labohm en J. Zwagemaker, bijgestaan door mr. T. de Witte-Renkema als griffier, en is op 10 april 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De motivering van de beslissing
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

zaaknummer: 200.245.427/01

rekestnummer rechtbank: FA RK 17-2440

zaaknummer rechtbank: C/09/529908

beschikking van de meervoudige kamer van 10 april 2019

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. H.P. Schouten te 's-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. E.J. Lievense te Rotterdam.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 5 juni 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De man is op 5 september 2018 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vrouw heeft op 23 november 2018 een verweerschrift ingediend.

2.3

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

  • een journaalbericht van de zijde van de man van 31 oktober 2018 met bijlagen, ingekomen op 5 november 2018;
  • een journaalbericht van de zijde van de man van 12 maart 2019 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
2.4

De advocaat van de man heeft het hof bij journaalbericht van 21 maart 2019, ingekomen bij de griffie van het hof op diezelfde datum om 20.18 uur, laten weten dat de man het hoger beroep wenst in te trekken.

2.5

Gelet op het late tijdstip van intrekking, heeft de mondelinge behandeling van 22 maart 2019 doorgang gevonden teneinde vast te stellen of het intrekkingsverzoek van de man tijdig en juist is gedaan. De vrouw is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. De man en zijn advocaat zijn niet verschenen.

3 De motivering van de beslissing

3.1

De mondelinge behandeling van de zaak stond op 22 maart 2019 en wel om 9.00 uur. Kort voor de aanvang van de mondelinge behandeling vernam het hof van de griffie dat de man zijn appel had ingetrokken. De advocaat van de vrouw en de vrouw zelf waren verschenen aangezien zij er niet zeker van waren dat een rechtsgeldige intrekking had plaatsgevonden. Ondanks dat het hof de handelwijze van de man met betrekking tot de intrekking onzorgvuldig acht, oordeelt het hof dat de intrekking is geschied conform artikel 2 van het Bestuursreglement van het gerechtshof Den Haag en de artikelen 1.1.5 en 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven. De handelwijze van de man heeft voor de vrouw wel onnodige kosten met zich gebracht. Het zou de man sieren indien hij deze kosten aan de vrouw zal vergoeden. Nu de procedure is ingetrokken en de vrouw haar verzoek om een kostenveroordeling eerst na deze intrekking aan het hof heeft voorgelegd, kan het hof geen kostenveroordeling meer uitspreken.

3.2

Het hof maakt uit voormelde intrekking op dat de man de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof het verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.

3.3

Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof, in hoger beroep:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, A.N. Labohm en J. Zwagemaker, bijgestaan door mr. T. de Witte-Renkema als griffier, en is op 10 april 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.