Uitspraak · Verbintenissenrecht
Gerechtshof Den Haag, 21 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:822Zaaknummer 200.148.903-01
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 april 2015
- Publicatiedatum
- 22 april 2015
- Zaaknummer
- 200.148.903-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Betekening appeldagvaarding aan geïntimeerde in Duitsland. Gelegenheid om alsnog ontvangstbewijs in het geding te brengen dan wel andere gegevens als bedoeld in art. 19 lid 1 EG-betekeningsverordening.
Het hof
verwijst de zaak naar de rol van 19 mei 2015 voor het bij akte door [appellanten] overleggen van de hiervoor in r.o. 4 bedoelde stukken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.J. van der Ven en F.R. Salomons en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2015 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer: 200.148.903/01
Zaaknummer rechtbank: C/09/437454 / HA ZA 13-185
Arrest van 21 april 2015
inzake
[appellant sub 1],
wonende te Nizhnevartovsk, Russische Federatie,
[appellant sub 2],
wonende te Nizhnevartovsk, Russische Federatie,
appellanten,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],en afzonderlijk achtereenvolgens: [appellant sub 1] en [appellant sub 2],
advocaat: mr. J.C. van Vliet te Utrecht,
tegen
Suntrap C.V.,
kantoor houdende te Moordrecht,
[geïntimeerde sub 2],
wonende te Kranenburg (Duitsland),
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: Suntrap c.s.,en afzonderlijk achtereenvolgens: Suntrap en [geïntimeerde sub 2],
in hoger beroep niet verschenen.
Het geding
Bij exploot van 17 maart 2014 is [appellanten] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag, team handel, tussen partijen gewezen vonnis van 18 december 2013. Tegen Suntrap c.s. is verstek verleend. Bij memorie van grieven met producties heeft [appellanten] drie grieven aangevoerd.
Vervolgens heeft [appellanten] de stukken overgelegd en is arrest bepaald.
Beoordeling van het beroep
1. Tegen beide geïntimeerden is op de rol van 27 mei 2014 verstek verleend. Het hof ziet zich evenwel gesteld voor de vraag of de dagvaarding op correcte wijze aan [geïntimeerde sub 2] is betekend.
2. Uit de overgelegde stukken blijkt in dit verband het volgende:
Op 17 maart 2014 heeft Bob Kruythof, gerechtsdeurwaarder te Utrecht, aan het Amtsgericht te Kleve, Duitsland, een aanvraag gezonden als bedoeld in art. 4 lid 3 van de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (“de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79) (hierna: de EG-betekeningsverordening). In de aanvraag wordt verzocht de appeldagvaarding met een vertaling daarvan in het Duits aan [geïntimeerde sub 2] te betekenen overeenkomstig de Duitse wet.
Het Amtsgericht Kleve heeft op 26 maart 2014 overeenkomstig art. 6 lid 1 van de EG‑betekeningsverordening de ontvangst van de aanvraag aan de deurwaarder bevestigd.
Op 10 april 2014 heeft het Amstgericht Kleve op de voet van art. 10 van de EG-betekeningsverordening aan de deurwaarder een certificaat gezonden, dat onder meer het volgende inhoudt:
“(…)
12. DURCHFÜHRUNG DER ZUSTELLUNG
Tag und Ort der Zustellung: 01.04.2014, Kranenburg
Das Dokument wurde (…)
12.2.1.2. ☒ auf dem Postweg zugestellt (…)
12.2.1.2.2. ☒ mit der beigefügten Empfangsbestätigung (…)
Das Schriftstück ist dieser Bescheinigung beigefügt (…)”
Aan het certificaat is een kopie van de appeldagvaarding en een Duitse vertaling daarvan gehecht, doch niet de in het certificaat vermelde ontvangstbevestiging.
3. De griffier heeft de advocaat van [appellanten] telefonisch verzocht de ontvangstbevestiging over te leggen. Dit heeft niet ertoe geleid dat de ontvangstbevestiging is overgelegd.
4. Nu de ontvangstbevestiging ontbreekt en daardoor de stukken met betrekking tot de betekening niet compleet zijn, kan het hof niet vaststellen of de betekening aan [geïntimeerde sub 2] is gedaan met inachtneming van de in Duitsland geldende voorschriften. Het hof zal [appellanten] in de gelegenheid stellen bij akte alsnog de onder 12.2.1.2.2 van het door het Amtsgericht Kleve gezonden certificaat bedoelde ontvangstbevestiging in het geding te brengen, dan wel andere gegevens waaruit blijkt dat van de appeldagvaarding met inachtneming van het Duitse recht betekening of kennisgeving aan [geïntimeerde sub 2] is gedaan dan wel de appeldagvaarding daadwerkelijk is afgegeven aan [geïntimeerde sub 2] in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in de EG-betekeningsverordening geregelde wijze, en dat de betekening of kennisgeving respectievelijk de afgifte zo tijdig is geschied dat [geïntimeerde sub 2] gelegenheid heeft gehad verweer te voeren (artikel 19, eerste lid, van de EG-betekeningsverordening).
Beslissing
Het hof
verwijst de zaak naar de rol van 19 mei 2015 voor het bij akte door [appellanten] overleggen van de hiervoor in r.o. 4 bedoelde stukken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.J. van der Ven en F.R. Salomons en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2015 in aanwezigheid van de griffier.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3434 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3434 Gerechtshof Den Haag, 22 december 2015 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.