Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Den Haag, 3 februari 2015

ECLI:NL:GHDHA:2015:4038Zaaknummer 200.157.541/01

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
3 februari 2015
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
200.157.541/01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

second opinion procedure; schadevergoeding omdat verhuurder werkzaamheden niet heeft uitgevoerd zoals afgesproken

Het hof

  • bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op een bedrag van € 1.598,00 waarvan € 704,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
  • verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, E.M. Dousma-Valk en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van 3 februari 2015
  2. Het geding
  3. Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
  4. Beslissing

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.157.541/01

Zaak-en rolnummer rechtbank: 2243293 \ CV EXPL 13-2208

Arrest van 3 februari 2015

Inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M. Bonarius te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr.drs. G. van der Wende te Rotterdam.

Het geding

Voor het procesverloop tot aan 4 november 2014 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest werd een comparitie van partijen gelast. Van deze comparitie, die op 8 januari 2015 werd gehouden, is proces-verbaal opgemaakt. Ter comparitie is de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken. De behandelend advocaten hebben tijdens de comparitie een SO-formulier als bedoeld in artikel 3 .2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

  • Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (sector kanton Leiden/Gouda, locatie Gouda) niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
  • Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
  • Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffiegeld van € 704,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 894,00.

Beslissing

Het hof

  • bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op een bedrag van € 1.598,00 waarvan € 704,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
  • verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, E.M. Dousma-Valk en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.