Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Arnhem, 28 juli 2009
ECLI:NL:GHARN:2009:261Zaaknummer 104.003.167
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem
- Datum uitspraak
- 28 juli 2009
- Publicatiedatum
- 4 januari 2018
- Zaaknummer
- 104.003.167
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Hoger beroep; koop dressuurpony bedoeld voor wedstrijden op EK-niveau; afwijkingen? deskundigenonderzoek; getuigenverhoren; geen non-conformiteit; geen dwaling
Het hof, recht doende in hoger beroep:
stelt [verzoekster] in de gelegenheid om naar aanleiding van het in het tussenarrest van 20 januari 2009 bevolen mondeling deskundigenverhoor alsnog haar partijdeskundigen [partijdeskundige 4] en [partijdeskundige 5] te doen horen door het tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. A.W. Steeg, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nader door deze te bepalen dag en tijdstip;
bepaalt dat partijen de verhinderdagen van partijen en van hun advocaten en dat [verzoekster] tevens die van haar deskundigen in de maanden september tot en met december 2009 zullen opgeven op de roldatum 11 augustus 2009, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld en in beginsel geen uitstel in verband met verhinderingen zal worden verleend;
bepaalt dat partijen, indien zij zich willen beroepen op nieuwe bescheiden, deze tijdig vóór de zitting aan de wederpartij en aan het hof dienen te verzenden, zodanig dat deze uiterlijk een week vóór de zitting kunnen zijn ontvangen;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, H.M. Wattendorff en Th.C.M. Willemse, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juli 2009.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer 104.003.167
(zaaknummer rechtbank 109975)
arrest van de tweede civiele kamer van 28 juli 2009
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,
tegen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerder 1],
gevestigd te [woonplaats],
advocaat: mr. A. de Feijter,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. P.J.M. van Wersch,
geïntimeerden.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 20 januari 2009. Ingevolge dat tussenarrest heeft op 19 mei 2009 een verhoor van deskundigen plaatsgevonden: één door de rechtbank benoemde deskundige en vier partijdeskundigen. Aan het eind van die terechtzitting heeft het hof de zaak naar de rol van 16 juni 2009 verwezen voor opmerkingen naar aanleiding van het concept proces-verbaal. Het (definitieve) proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken. Daaraan zijn een c.v., een akte uitlating van [verzoekster], opmerkingen namens [verweerder 2] en een akte van [verweerder 1] gehecht.
Op de rol van 16 juni 2009 heeft [verzoekster] in haar akte bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de instructie. Bij faxbrief van 19 juni 2009 heeft (haar advocaat namens) [verzoekster] opnieuw bezwaar gemaakt tegen sluiting van de instructie op de grond dat zij ook na het verhoor van haar drie partijdeskundigen haar eerder aangekondigde, maar op 19 mei 2009 verhinderde vierde en vijfde partijdeskundigen ( [partijdeskundige 4] en [partijdeskundige 5]) nog wil doen horen. Daartegen heeft (de advocaat van) [verweerder 1] bij faxbrief van diezelfde datum bezwaar gemaakt. De voorzitter heeft de zaak naar de rol verwezen voor recht op stukken met de later nuancerende toevoeging dat het hof in een volgend arrest kan beslissen over de verzochte voortzetting van verhoren van partijdeskundigen aan de zijde van [verzoekster].
Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
2 De verdere beoordeling in hoger beroep
De voorzitter heeft de rolverwijzing alsnog aldus genuanceerd dat het hof in een volgend arrest kan beslissen over de verzochte voortzetting van verhoren van partijdeskundigen aan de zijde van [verzoekster]. Het bezwaar daartegen van [verweerder 1] treft daarom geen doel.
Het in artikel 200 Rv. voorziene verhoor van partijdeskundigen kan bijdragen aan bewijslevering. Ruim vóór het deskundigenverhoor van 19 mei 2009 heeft [verzoekster] aangekondigd ook als partijdeskundigen [partijdeskundige 4] en [partijdeskundige 5] te willen doen horen. Daarom zal het hof het deskundigenverhoor heropenen voor hun verhoor. Nu het hof reeds meervoudig vijf deskundigen heeft gehoord, vindt het uit efficiencyoverwegingen aanleiding om de vierde en vijfde partijdeskundigen van [verzoekster] te laten horen door een raadsheer-commissaris.
Verder wordt iedere beslissing aangehouden.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
stelt [verzoekster] in de gelegenheid om naar aanleiding van het in het tussenarrest van 20 januari 2009 bevolen mondeling deskundigenverhoor alsnog haar partijdeskundigen [partijdeskundige 4] en [partijdeskundige 5] te doen horen door het tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. A.W. Steeg, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nader door deze te bepalen dag en tijdstip;
bepaalt dat partijen de verhinderdagen van partijen en van hun advocaten en dat [verzoekster] tevens die van haar deskundigen in de maanden september tot en met december 2009 zullen opgeven op de roldatum 11 augustus 2009, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld en in beginsel geen uitstel in verband met verhinderingen zal worden verleend;
bepaalt dat partijen, indien zij zich willen beroepen op nieuwe bescheiden, deze tijdig vóór de zitting aan de wederpartij en aan het hof dienen te verzenden, zodanig dat deze uiterlijk een week vóór de zitting kunnen zijn ontvangen;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, H.M. Wattendorff en Th.C.M. Willemse, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juli 2009.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARN:2009:260 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHARN:2012:3193 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHARN:2010:3074 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARN:2012:3193 Gerechtshof Arnhem, 6 november 2012 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARN:2010:3074 Gerechtshof Arnhem, 14 december 2010 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARN:2009:260 Gerechtshof Arnhem, 20 januari 2009 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.