Uitspraak · Belastingrecht

Gerechtshof Arnhem, 27 februari 1998

ECLI:NL:GHARN:1998:AA1103Zaaknummer M 96/4120 VS

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27 februari 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
M 96/4120 VS
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

6. Beslissing

Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond.

Aldus gedaan op 27 februari 1998 te Arnhem door mr Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier.

(N.Th. Wagener) (T.J. Matthijssen)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 februari 1998

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De beschikking waarvan verzet
  2. 2. Behandeling van het verzet
  3. 3. De vaststaande feiten
  4. 4. Beoordeling van het verzet
  5. 5. Slotsom
  6. 6. Beslissing

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige

belastingkamer

Nr. M 96/4120 VS

UITSPRAAK OP VERZET

1. De beschikking waarvan verzet

Het verzetschrift van *X (hierna: belanghebbende), wonende te *Z, is ontvangen op 30 oktober 1996.

Het richt zich tegen de beschikking van 26 september 1996, waarin de voorzitter van de eerste meervoudige belastingkamer van dit hof op een beroepschrift van belanghebbende uitspraak heeft gedaan. Een fotokopie van de beschikking is aan deze uitspraak gehecht. Bij de beschikking is belanghebbende in zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard.

2. Behandeling van het verzet

Tot de stukken waarop het hof bij de beoordeling van het verzet acht slaat, behoort het beroepschrift van belanghebbende.

3. De vaststaande feiten

Op 8 juli 1996 is ter griffie van het gerechtshof een van belanghebbende afkomstig beroepschrift, met daaraan daaraan gehecht één bijlage, ingekomen. Bij brief van 15 juli 1996 heeft de griffier belanghebbende verzocht vóór 26 augustus 1996 voor elke uitspraak een afzonderlijk beroepschrift bij het gerechtshof in te dienen.

4. Beoordeling van het verzet

Het beroepschrift is kennelijk rechtstreeks gericht tegen twaalf aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de motorrijtuigenbelasting. De voorzitter heeft belanghebbende met toepassing van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht in het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende niet binnen de namens de voorzitter gestelde termijn afzonderlijke beroepschriften bij het gerechtshof heeft ingediend.

Belanghebbende is echter na ontvangst van zijn beroepschrift ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld allereerst aan te tonen, dat zijn grieven in beroep zijn gericht tegen voor beroep vatbare beslissingen. Eerst daarna had splitsing van het beroepschrift in zoveel meer beroepschriften als er uitspraken na bezwaar zijn eventueel aan de orde kunnen komen. Om die reden kan de bestreden beschikking op de grond als daarin vermeld niet in stand blijven.

Indien belanghebbende met zijn als beroepschrift in aanmerking genomen brief mede dan wel uitsluitend heeft beoogd kwijtschelding van de hem opgelegde belastingaanslagen (en belastingrekeningen) of een betalingsregeling te verzoeken dient hij zich met dit verzoek te wenden tot de ontvanger van de belastingdienst van zijn woonplaats.

5. Slotsom

Gelet op het vorenstaande is het verzet gegrond en dient de zaak, nadat de bestreden beschikking door de gegrondverklaring van het verzet is komen te vervallen, alsnog in behandeling te worden genomen.

6. Beslissing

Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond.

Aldus gedaan op 27 februari 1998 te Arnhem door mr Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier.

(N.Th. Wagener) (T.J. Matthijssen)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 februari 1998

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.