Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 februari 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:658Zaaknummer 21-000735-23

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
21-000735-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel naar aanleiding van veroordeling wegens meermalen gepleegde verduistering van gelden van een hoogbejaarde man. Bevestiging van het vonnis van de rechtbank waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 106.259,13 en aan betrokkene de verplichting is opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen. Gijzeling bepaald op ten hoogste 1080 dagen. Geen aftrek wegens de opgelegde maar nog niet betaalde schadevergoedingsmaatregel, nu eventuele verrekening in de executiefase kan plaatsvinden.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. L.J. Hofstra en mr. M.B. de Wit, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Beslissing

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000735-23

Uitspraakdatum: 4 februari 2026

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 31 januari 2023 met parketnummer 16-134498-20 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],

wonende te [postcode] [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 21 januari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en haar raadsman, mr. M.P.K. Ruperti, hebben aangevoerd.

Beslissing

De rechtbank heeft bij vonnis van 31 januari 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, het door betrokkene genoten wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting aan de Staat vastgesteld op € 106.259,13. De duur van de gijzeling is daarbij bepaald op 1080 dagen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist en daarvoor de goede gronden heeft aangenomen. Het hof bevestigt daarom de beslissing met overneming van die gronden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. L.J. Hofstra en mr. M.B. de Wit, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 februari 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.