Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6535Zaaknummer 200.370.976
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.370.976
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 1:377e BW: wijziging reguliere omgangsregeling.
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 1 april 2026, ten aanzien van de beslissing over de reguliere omgangsregeling (rov. 7.1 onder het eerste streepje), en beslist:
wijzigt de bestaande reguliere omgangsregeling en stelt als reguliere omgangsregeling vast dat [minderjarige1] en [minderjarige2] de ene week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend voor school en in de andere week op donderdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader zullen verblijven.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, R. Feunekes en A.T. Bol, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.370.976
zaaknummer rechtbank Overijssel 335364
beschikking van 13 oktober 2026
over de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige1] en [minderjarige2]
in de zaak van
[moeder] (de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. A.A.M. de Ruiter-Oude Ophuis
en
[vader] (de vader)die woont in [woonplaats1]
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad)
als adviseur van het gerechtshof
1 Samenvatting
De rechtbank heeft als reguliere omgangsregeling vastgesteld dat de kinderen in de ene week van woensdagavond tot maandagavond en in de andere week van woensdagavond tot vrijdagavond bij de vader verblijven. Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven en stelt een reguliere omgangsregeling vast waarbij de kinderen de ene week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend voor school en in de andere week op donderdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader zullen verblijven. Het hof legt hierna uit waarom.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige1] en [minderjarige2]. [minderjarige1] is geboren [in 1] 2013 en [minderjarige2] is geboren [in 2] 2015.
De moeder heeft het gezag over de kinderen.
[minderjarige1] en [minderjarige2] verblijven bij de moeder. De ouders hebben bij brief van 5 maart 2024 voorlopige afspraken gemaakt over de omgangsregeling, in die zin dat de kinderen iedere week op donderdag en vrijdag en om het weekend bij de man verblijven. Deze afspraken zijn op een later moment gewijzigd. Bij deze wijziging is bepaald dat de kinderen in de ene week van woensdagavond tot maandagavond en in de andere week van woensdagavond tot vrijdagavond bij de vader zijn.
3 De procedure bij de rechtbank
De moeder heeft de rechtbank verzocht om als reguliere omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige1] en [minderjarige2] vast te stellen dat [minderjarige1] en [minderjarige2] in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school tot de daaropvolgende maandag 18.00 uur bij de vader verblijven en als verdeling van de vakantie- en feestdagen de regeling zoals opgenomen in het verzoekschrift van de moeder.
De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om de reguliere omgangsregeling te wijzigen afgewezen en het verzoek van de moeder over de verdeling van de vakantie- en feestdagen (grotendeels) toegewezen. De rechtbank heeft voor de duidelijkheid de hele omgangsregeling in de beschikking opgenomen en in dat kader als reguliere omgangsregeling vastgesteld dat de kinderen in de ene week van woensdagavond tot maandagavond en in de andere week van woensdagavond tot vrijdagavond bij de vader verblijven.
Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 1 april 2026.
4 De procedure bij het hof
De moeder komt in hoger beroep van de beslissing van de rechtbank over de reguliere omgangregeling. Zij wil dat het hof die beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en bepaalt dat de dat er tussen vader en de kinderen een reguliere omgangsregeling zal gelden waarbij de kinderen de ene week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend voor school en in de andere week op donderdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader zullen verblijven.
Het hof heeft het volgende stuk ontvangen:
het beroepschrift ontvangen op 30 juni 2026
[minderjarige2] en [minderjarige1] hebben ieder een brief geschreven. Zij hebben verteld wat zij vinden van de omgangsregeling.
De zitting bij het hof was op 15 september 2026. Aanwezig waren:
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming
5 Het oordeel van het hof
De omgangsregeling
Wat staat in de wet?
De rechter kan op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.[_c5816d6f-2b22-4364-8855-712e0e6c2340]
Hoe oordeelt het hof?
De moeder vraagt het hof om de reguliere omgangsregeling te wijzigen. Zij stelt dat die omgangsregeling niet langer in het belang van de kinderen is. De vader is op dit moment niet dezelfde betrokken vader die hij in het verleden was en is niet (langer) in staat de kinderen (voldoende) te begrenzen en begeleiden. De kinderen eten ongezond bij de vader, gaan laat naar bed en zijn ze erg vermoeid waardoor hun schoolresultaten achteruit gaan. Daar komt bij dat de kinderen in toenemende maten problematisch gedrag laten zien. Zo keert [minderjarige1] steeds meer in zichzelf en laat [minderjarige2] steeds meer agressie zien. Voor de kinderen is het van belang dat zij op schooldagen rust en regelmaat hebben en dit kan de vader de kinderen op dit moment onvoldoende bieden. Ondanks toezegging daartoe heeft de vader zich niet aangemeld voor de benodigde hulpverlening om hier verandering in te brengen, aldus de moeder. Het hof is van oordeel dat het voorgaande een relevante wijziging van omstandigheden betreft die een wijziging van de omgangsregeling rechtvaardigt.
Omdat de vader geen verweer heeft gevoerd, het verzoek van de moeder het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en niet is gebleken dat het belang van [minderjarige2] en [minderjarige1] zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal het hof het verzoek van de moeder tot wijziging van de reguliere zorgregeling toewijzen. Het hof ligt dit hieronder toe.
De moeder heeft voldoende gesteld om tot een wijziging van de reguliere omgangsregeling te kunnen komen en heeft haar verzoek daartoe ook uitgebreid toegelicht. Als de vader het niet eens is met dat verzoek, dan ligt het op zijn weg om verweer te voeren. Dat heeft hij echter niet gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de raad benadrukt dat de vader op dit moment niet de daadkracht heeft om de kinderen te begrenzen en de benodigde structuur te bieden, terwijl dit gelet op de leeftijd van de kinderen wel in hun belang is. Het hof is het met de raad eens dat de omgangsregeling zoals die door de moeder is verzocht gelet op het voorgaande meer passend is bij de huidige situatie, zodat het belang van de kinderen zich naar het oordeel van het hof niet tegen toewijzing van het verzoek van de moeder verzet.
6 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 1 april 2026, ten aanzien van de beslissing over de reguliere omgangsregeling (rov. 7.1 onder het eerste streepje), en beslist:
wijzigt de bestaande reguliere omgangsregeling en stelt als reguliere omgangsregeling vast dat [minderjarige1] en [minderjarige2] de ene week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend voor school en in de andere week op donderdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader zullen verblijven.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, R. Feunekes en A.T. Bol, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.
Voetnoten
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.