Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6467Zaaknummer 200.368.115
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.368.115
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezag en omgang. Net als rechtbank oordeelt hof het in het belang van kinderen noodzakelijk dat moeder alleen is belast met gezag over hen. Geen ruimte voor een omgangsregeling.
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2026;
bepaalt in aanvulling op die beschikking dat de moeder de vader eens per zes maanden moet informeren over de kinderen, meer in het bijzonder over hun persoonlijke (thuis)situatie, school, sport/hobby’s en gezondheid, waarbij de moeder de vader eens per jaar een recente kleurenfoto van de kinderen toestuurt;
bepaalt dat de consultatieplicht van de moeder jegens de vader buiten toepassing blijft;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, K.A.M. van Os-ten Have en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 8 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.368.115
(zaaknummer rechtbank Gelderland 455402)
beschikking van 8 oktober 2026
inzake
[de vader],
wonende te [woonplaats1], België,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.J.D.D. Burhenne,
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats2],
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.L.E. Storm van ’s Gravesande.
1 1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 13 augustus 2025 en 27 januari 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 27 januari 2026 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 24 april 2026;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht namens de vader van 11 september 2026 met producties.
De hierna te noemen [minderjarige1] en [minderjarige2] hebben op 21 september 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. [minderjarige1] en [minderjarige2] hebben verteld wat zij vinden van het verzoek in hoger beroep.
De mondelinge behandeling heeft op 22 september 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3 De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [minderjarige1], geboren [in] 2009, in [woonplaats3] en
- [minderjarige2], geboren [in] 2011 in [woonplaats3].
De vader heeft de kinderen erkend. Tot de bestreden beschikking hadden de ouders samen het gezag over de kinderen.
De kinderen wonen sinds april 2024 bij de moeder in [woonplaats2]. Daarvoor woonden zij bij de vader in [woonplaats1], België.
Partijen hebben zowel in Nederland als in België verschillende procedures gevoerd over de vraag waar de kinderen moeten wonen en op welke manier zij contact met hun ouders moeten hebben.
Op 10 december 2024 heeft de rechtbank Limburg, locatie Hasselt (België), in eerste aanleg bepaald dat het contactverbod tussen de vader en de kinderen van toepassing blijft totdat de ouders in onderling overleg beslissen om dit contactverbod niet langer te handhaven of de bevoegde Nederlandse rechtbank hier anders over beslist.
De vader heeft de rechtbank Gelderland, zittingslocatie Arnhem, verzocht om een zorgregeling tussen hem en de kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen (via een door de rechtbank te bepalen opbouw) een weekend per veertien dagen bij hem zijn, waarbij de moeder de kinderen op uiterlijk vrijdag 20.00 uur bij de vader brengt en de vader de kinderen op zondag om 20.00 uur terugbrengt bij de moeder. Daarnaast heeft de vader de rechtbank verzocht om te bepalen dat de kinderen de helft van de vakanties en feestdagen bij hem zijn. Tot slot heeft de vader de rechtbank verzocht om een provisionele voorziening te treffen om - kort gezegd - contact tussen de vader en de kinderen tot stand te brengen.
De rechtbank heeft dit verzoek op 7 augustus 2025 ontvangen.
De moeder heeft in eerste aanleg verweer gevoerd en de rechtbank gevraagd het verzoek van de vader af te wijzen. Daarnaast heeft de moeder de rechtbank verzocht om alleen te worden belast met het gezag over de kinderen.
In de beschikking van 13 augustus 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de vader om een provisionele voorziening te treffen afgewezen.
4 De omvang van het geschil
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en bepaald dat het gezag over de kinderen voortaan wordt uitgeoefend door de moeder. Daarnaast heeft de rechtbank het meer of anders verzochte afgewezen.
De vader is met zeven grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De vader verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende:
- een zorgregeling tussen hem en de kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen (via een door het hof te bepalen opbouw) een weekend per veertien dagen bij hem zijn, waarbij de moeder de kinderen op uiterlijk vrijdag 20.00 uur bij de vader brengt en de vader de kinderen op zondag om 20.00 uur terugbrengt bij de moeder. Daarnaast verzoekt de vader te bepalen dat de kinderen de helft van de vakanties en feestdagen bij hem zijn. Subsidiair verzoekt de vader het hof om een zorgregeling vast te stellen die het hof in het belang van de kinderen oordeelt. Meer subsidiair verzoekt de vader dat het hof de raad vraagt te onderzoeken wat de mogelijkheden voor contactherstel tussen de vader en de kinderen zijn;
- het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen alsnog af te wijzen, te bepalen dat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over de kinderen en te bepalen dat de griffier dit in het gezagsregister registreert;
- de moeder te verplichten om de vader eens per kwartaal te informeren over de kinderen, meer in het bijzonder over hun persoonlijke (thuis)situatie, school, sport/hobby’s, gezondheid, et cetera, waarbij vier recente foto’s van ieder kind worden gevoegd dan wel dat het hof een andere informatieplicht vaststelt;
- de moeder te verplichten om bij belangrijke beslissingen, bijvoorbeeld met betrekking tot school/opleiding en (medische) behandeling de vader te consulteren over zijn visie ten aanzien van hetgeen beslist moet worden dan wel een consultatieverplichting op te leggen als het hof juist oordeelt.
De moeder voert verweer. De vrouw vraagt het hof om de verzoeken van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5 De motivering van de beslissing
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De vader woont in België. Daardoor heeft deze zaak een internationaal karakter. Het hof dient daarom eerst ambtshalve te beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om op de voorgelegde verzoeken te oordelen (rechtsmacht heeft).
Het hof stelt vast dat de verzoeken zien op de ouderlijke verantwoordelijkheid. Daarmee vallen zij binnen het toepassingsgebied van de Verordening (EU) 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter).
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Tegen dit oordeel is niet gegriefd. Op grond van artikel 7 van Brussel II-ter is in die situatie de Nederlandse rechter bevoegd op de verzoeken te oordelen.
De rechtbank heeft verder Nederlandse recht van toepassing geacht. Tegen dit oordeel is niet gegriefd en daarmee, staat de toepasselijkheid van Nederlands recht vast.
Gezag
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
- er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
- wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Wat heeft de rechtbank overwogen?
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen dat de vader en de kinderen al twee jaar geen contact met elkaar hebben en dat niet te verwachten is dat hierin op korte termijn verandering zal komen. De vader heeft (zodoende) geen zicht op de ontwikkeling van de kinderen en kan daarmee naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende inschatten wat zij nodig hebben. De rechtbank heeft ook de leeftijd van de kinderen en hun weerstand tegen gezamenlijk gezag meegewogen.
Wat vinden partijen?
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank de moeder alleen te belasten met het gezag over de kinderen. In de kern vreest de vader dat hij nog verder uit het leven van de kinderen wordt geweerd. De vader is bereid met de moeder te communiceren en hulpverlening te accepteren, maar de moeder kiest ervoor dat niet te doen. De moeder verbergt zich volgens de vader achter het contactverbod, maar dat verbod ziet op contact tussen de vader en de kinderen. De vader en de moeder mogen wel met elkaar communiceren. Voor zover de moeder aanvoert dat de vader haar zijn toestemming heeft onthouden, stelt de vader dat de moeder hem in het verleden nooit heeft meegenomen in elk besluitvormingsproces, maar hem pas achteraf - toen de beslissingen feitelijk al waren genomen - om toestemming verzocht.
De moeder vraagt het hof om de beslissing van de rechtbank in stand te laten. De moeder vindt dat de vader geen prioriteit geeft aan de belangen van de kinderen. Hij heeft ook geen inzicht in de belangen van de kinderen. De moeder stelt de belangen van de kinderen juist wel voorop en volgens de moeder zijn deze belangen erbij gebaat dat zij alleen is belast met het gezag over de kinderen. Op deze manier ervaren de kinderen de meeste rust. Daarbij komt dat overleg met de vader uiterst moeilijk is voor de moeder.
Advies van de raad
De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd de beslissing van de rechtbank om de moeder alleen met het gezag te belasten in stand te laten. De raad heeft in dat kader benoemd dat de kinderen al zeker veertien jaar in een onrustige situatie verkeren met veel rechtszaken en verplaatsingen. Daarbij hebben de kinderen zich lange tijd onveilig gevoeld in de opvoedsituatie van de vader. De kinderen hebben het nu nodig dat zij zelf de regie hebben in hun leven. Voor de kinderen is belangrijk dat zij zelf kunnen kiezen, zelf kunnen bepalen en zelf kunnen beslissen. De vader ziet deze procedure als een laatste strohalm, maar het is een juridische procedure. De kinderen hebben het volgens de raad nodig dat de vader hen erkenning ervoor geeft dat zij in een moeilijke situatie hebben verkeerd. Als de vader daar toe in staat is, dan heeft de raad de hoop dat de kinderen op enig moment weer een stapje richting de vader kunnen zetten.
Hoe oordeelt het hof?
Net als de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, die het hof na eigen onderzoek overneemt, is het hof van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder alleen wordt belast met het gezag. Dit oordeel is overeenkomstig het advies van de raad.
Het hof overweegt aanvullend dat uit de stukken blijkt dat de verhoudingen tussen de ouders bijzonder moeizaam zijn. Dit beeld is tijdens de mondelinge behandeling bevestigd. Partijen zijn niet in staat om op constructieve wijze met elkaar te communiceren of in het belang van de kinderen met elkaar te overleggen. Daarbij komt dat de kinderen tijdens het gesprek op het hof opnieuw hebben verteld dat zij in de thuissituatie van de vader veel nare dingen hebben meegemaakt. Zij zijn dat nu aan het verwerken en aan het helen. De kinderen willen geen bemoeienis van de vader in hun leven en ook niet dat de vader enige zeggenschap over hen heeft. Gelet op de leeftijd van de kinderen moet aan deze mening waarde worden gehecht.
Omgangsregeling en wijze van informeren
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
In artikel 1:377b lid 1 BW staat dat de ouder die met het gezag is belast, gehouden is de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter kan bepalen dat het eerste lid buiten toepassing blijft als het belang van het kind dat vereist.
Elke afwijzing van een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling en elke beslissing waarbij de omgang is ontzegd, is tijdelijk van aard, in die zin dat de ouder wiens verzoek is afgewezen zich in geval van wijziging van omstandigheden en in ieder geval na verloop van een jaar opnieuw tot de rechter kan wenden teneinde een omgangsregeling te doen vaststellen.
Wat vinden partijen
De vader heeft de diepe wens om het contact met de kinderen te herstellen. Toen de kinderen bij hem woonden, heeft de vader altijd alles in het werk gesteld om contact tussen de moeder en de kinderen mogelijk te maken. Andersom krijgt de vader vanuit de moeder geen enkele compassie. De vader neemt het de moeder kwalijk dat zij de kinderen opzettelijk van hem vervreemdt. De vader erkent dat hij in de opvoeding van de kinderen steken heeft laten vallen, maar de voortdurende strijd met de moeder heeft zijn tol geëist. De vader is open over die situatie en bagatelliseert dat niet, maar de band met de kinderen is in de basis goed. Daarom vindt de vader dat hij een tweede kans moet krijgen. De vader begrijpt in dit licht niet waarom de rechtbank contactherstel tussen hem en de kinderen niet in het belang van de kinderen heeft geoordeeld. De vader en de kinderen hebben immers recht op contact met elkaar. De vader ziet in dat het contact weer zal moeten worden opgebouwd, maar hij kan zich niet voorstellen dat de kinderen helemaal geen contact met hem willen. Als dat wel het geval is, is dat bovendien een reden tot zorg, aldus nog steeds de vader.
Tot slot verzoekt de vader om, als hij niet langer is belast met het gezag over de kinderen, aan de moeder een informatie- en consultatieverplichting van eens per kwartaal op te leggen.
De moeder voert aan dat het juist is dat de kinderen recht hebben op contact met hun beide ouders, maar het kan zijn dat aan dat recht door toedoen van een ouder geen uitvoering wordt gegeven. Daarvan is in deze situatie volgens de moeder sprake. Door toedoen van de vader ging het niet goed met de kinderen toen zij bij hem woonden. Dit heeft forse en blijvende schade bij de kinderen aangericht. Na de uitspraak van de rechtbank voelden de kinderen zich vrij. Deze nieuwe procedure belast de kinderen enorm, maar de vader lijkt dat niet in te zien. De kinderen willen geen contact met de vader. Gelet op hun leeftijd is het redelijk dat met deze wens rekening wordt gehouden.
Tot slot voert de moeder aan dat zij de vader informeert waar nodig. Voor consultatie is volgens de moeder in de gegeven omstandigheden geen plaats. De vader doet hiermee een verkapt verzoek hem weer naast de moeder te belasten met het gezag over de kinderen.
Advies van de raad
De raadsvertegenwoordiger heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat er bij de kinderen op dit moment geen ruimte is om een opbouwende omgangsregeling vast te stellen zoals de vader verzoekt. Bij de kinderen is door het verzoek van de vader om omgang juist weerstand ontstaan; zij hebben hun hakken in het zand gezet. Er is bij de kinderen geen ruimte voor contact met de vader en misschien komt die ruimte er helemaal niet meer. De moeder kan in deze situatie proberen de grote negatieve herinneringen van de kinderen aan hun vader weg te nemen en de kinderen te wijzen op positieve herinneringen, want die zijn er altijd, maar op dit moment zijn er geen mogelijkheden een omgangsregeling vast te stellen.
Hoe oordeelt het hof?
Het hof ziet - net als de rechtbank en overeenkomstig het advies van de raad - op dit moment geen mogelijkheden een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen. Het hof onderschrijft in dit kader de overwegingen van de rechtbank. Het hof heeft begrip voor de wens van de vader om weer met de kinderen in contact te treden, maar er bestaat bij de kinderen op dit moment geen enkele ruimte voor contact in welke vorm dan ook. De kinderen zeggen al langere tijd eenduidig en consistent dat zij geen contact willen met de vader. Dit beeld is tijdens het gesprek dat de kinderen voerden bij het hof bevestigd. Gelet op de leeftijd van de kinderen moet aan deze mening waarde worden toegekend. Het hof zal daarom de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de omgangsregeling in stand laten.
Het hof ziet wel aanleiding om aan de moeder een informatieplicht op te leggen, waarbij de moeder de vader eens per half jaar informeert. Daarnaast zal het hof bepalen dat de moeder eens per jaar een recente kleurenfoto van de kinderen aan de vader verstrekt.
De moeder heeft weliswaar aangevoerd dat zij de vader informeert waar nodig, maar het hof is van oordeel dat deze informatieverstrekking door de moeder te vaag en te vrijblijvend is. Bovendien heeft de moeder niet nader onderbouwd waarover zij de vader informeert en met welke frequentie. Het hof benadrukt dat er bij zowel de moeder als de kinderen geen ruimte aanwezig is voor een consultatieverplichting; het gaat dus alleen om een informatieregeling. Het hof zal de consultatieplicht van de moeder buiten toepassing verklaren.
Het hof overweegt tot slot dat het oog heeft voor de bezwaren van de kinderen om de vader te informeren, maar het hof heeft eveneens oog voor de vader als achterblijvende ouder. Daarbij komt dat het belangrijk is dat - als er op enig moment weer enige ruimte bij de kinderen ontstaat voor contact met de vader - de vader op de hoogte is van de belangrijke gebeurtenissen in hun leven.
6 De slotsom
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. Daarnaast zal het hof - aanvullend - een informatieregeling vaststellen.
7 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2026;
bepaalt in aanvulling op die beschikking dat de moeder de vader eens per zes maanden moet informeren over de kinderen, meer in het bijzonder over hun persoonlijke (thuis)situatie, school, sport/hobby’s en gezondheid, waarbij de moeder de vader eens per jaar een recente kleurenfoto van de kinderen toestuurt;
bepaalt dat de consultatieplicht van de moeder jegens de vader buiten toepassing blijft;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, K.A.M. van Os-ten Have en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 8 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.