Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 september 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6233Zaaknummer 200.365.974/01

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29 september 2026
Publicatiedatum
6 oktober 2026
Zaaknummer
200.365.974/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenstemming partijen naar aanleiding van verzoek moeder tot het verlenen van vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 4 december 2025, en opnieuw beschikkende:

wijzigt de bestaande (zorg)regeling zoals vastgelegd in de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 19 april 2022 alsmede het daaraan gehechte ouderschapsplan van 22 maart 2022, en beslist conform de volgende door de ouders gemaakte afspraken:

- de moeder blijft in [woonplaats1] wonen;

- [de minderjarige1], geboren [in] 2010, en [de minderjarige2], geboren [in] 2012 (hierna: de kinderen) staan op het adres van de vader in [woonplaats2] ingeschreven;

- de kinderen gaan in [woonplaats2] naar school;

- de kinderen zullen drie van de vier weekenden van vrijdag uit school (in de regel haalt de moeder de kinderen tussen 16.00 en 16.30 uur op of ze kunnen in overleg met het openbaar vervoer reizen) tot zondag 20.30 uur (na het eten) (de moeder brengt de kinderen op zondag na het eten rond 20.30 uur terug of de kinderen kunnen soms in overleg met het openbaar vervoer reizen) (zo begrijpt het hof:) bij de moeder verblijven;

- [de minderjarige2] heeft de mogelijkheid om af en toe doordeweeks al wat eerder in overleg naar de moeder toe te gaan (bijvoorbeeld vanaf woensdag na school of donderdag na school voorafgaande aan het weekend bij de moeder);

- de vakanties worden verdeeld, waarbij de volgende regeling geldt:

o tijdens de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie zijn de kinderen bij de moeder, tenzij de vader een keer in overleg met de kinderen weg zou willen gaan. Tijdens de kerstvakantie en de meivakantie verblijven de kinderen één week bij de moeder en één week bij de vader. De zomervakantie wordt bij helfte verdeeld.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, M.A.F. Veenstra en H. Phaff, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 29 september 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 1. De procedure bij de rechtbank
  2. 2 De procedure bij het hof
  3. 3 De motivering van de beslissing
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.365.974/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 338180)

beschikking van 29 september 2026

inzake

[verzoekster] (de moeder),

wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in het principaal hoger beroep,

verweerster in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. S.C. Janssens-van Drooge te Zwolle,

en

[verweerder] (de vader),

wonende te [woonplaats2],

verweerder in het principaal hoger beroep,

verzoeker in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. J.A.C.H. Hana te Zwolle.

In zijn toetsende en/of adviserende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Overijssel, locatie Zwolle.

1 1. De procedure bij de rechtbank

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 4 december 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 De procedure bij het hof

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 3 maart 2026;

- een journaalbericht namens de moeder van 2 april 2026 met bijlage(n);

- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;

- een journaalbericht namens de moeder van 29 april 2026 met bijlage(n);

- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, tevens met zelfstandige verzoeken, met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de moeder van 18 september 2026 met een begeleidende brief;

- een journaalbericht namens de vader van 18 september 2026.

3 De motivering van de beslissing

3.1.

Bij de rechtbank heeft de moeder vervangende toestemming verzocht om met de kinderen naar [woonplaats1] te mogen verhuizen en daarmee samenhangende verzoeken gedaan, onder andere met betrekking tot de contactregeling. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking deze verzoeken van de moeder allemaal afgewezen.

3.2.

Na de bestreden beschikking is de moeder zelf wel naar [woonplaats1] verhuisd.

3.3.

Uit de journaalberichten van de moeder en de vader van 18 september 2026 blijkt dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over wat hen verdeeld hield in deze procedure.

Zij hebben de volgende afspraken gemaakt:

- de moeder blijft in [woonplaats1] wonen;

- [de minderjarige1], geboren [in] 2010, en [de minderjarige2], geboren [in] 2012 (hierna: de kinderen) staan op het adres van de vader in [woonplaats2] ingeschreven;

- de kinderen gaan in [woonplaats2] naar school;

- de kinderen zullen drie van de vier weekenden van vrijdag uit school (in de regel haalt de moeder de kinderen tussen 16.00 en 16.30 uur op of ze kunnen in overleg met het openbaar vervoer reizen) tot zondag 20.30 uur (na het eten) (de moeder brengt de kinderen op zondag na het eten rond 20.30 uur terug of de kinderen kunnen soms in overleg met het openbaar vervoer reizen) (zo begrijpt het hof:) bij de moeder verblijven;

- [de minderjarige2] heeft de mogelijkheid om af en toe doordeweeks al wat eerder in overleg naar de moeder toe te gaan (bijvoorbeeld vanaf woensdag na school of donderdag na school voorafgaande aan het weekend bij de moeder);

- de vakanties worden verdeeld, waarbij de volgende regeling geldt:

o tijdens de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie zijn de kinderen bij de moeder, tenzij de vader een keer in overleg met de kinderen weg zou willen gaan. Tijdens de kerstvakantie en de meivakantie verblijven de kinderen één week bij de moeder en één week bij de vader. De zomervakantie wordt bij helfte verdeeld.

3.4.

De moeder en de vader verzoeken het hof de overeenstemming vast te leggen in een beschikking. Hieruit leidt het hof af dat de ouders hun verzoeken in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd.

3.5.

Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 4 december 2025, en opnieuw beschikkende:

wijzigt de bestaande (zorg)regeling zoals vastgelegd in de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 19 april 2022 alsmede het daaraan gehechte ouderschapsplan van 22 maart 2022, en beslist conform de volgende door de ouders gemaakte afspraken:

- de moeder blijft in [woonplaats1] wonen;

- [de minderjarige1], geboren [in] 2010, en [de minderjarige2], geboren [in] 2012 (hierna: de kinderen) staan op het adres van de vader in [woonplaats2] ingeschreven;

- de kinderen gaan in [woonplaats2] naar school;

- de kinderen zullen drie van de vier weekenden van vrijdag uit school (in de regel haalt de moeder de kinderen tussen 16.00 en 16.30 uur op of ze kunnen in overleg met het openbaar vervoer reizen) tot zondag 20.30 uur (na het eten) (de moeder brengt de kinderen op zondag na het eten rond 20.30 uur terug of de kinderen kunnen soms in overleg met het openbaar vervoer reizen) (zo begrijpt het hof:) bij de moeder verblijven;

- [de minderjarige2] heeft de mogelijkheid om af en toe doordeweeks al wat eerder in overleg naar de moeder toe te gaan (bijvoorbeeld vanaf woensdag na school of donderdag na school voorafgaande aan het weekend bij de moeder);

- de vakanties worden verdeeld, waarbij de volgende regeling geldt:

o tijdens de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie zijn de kinderen bij de moeder, tenzij de vader een keer in overleg met de kinderen weg zou willen gaan. Tijdens de kerstvakantie en de meivakantie verblijven de kinderen één week bij de moeder en één week bij de vader. De zomervakantie wordt bij helfte verdeeld.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, M.A.F. Veenstra en H. Phaff, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 29 september 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.