Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5984Zaaknummer 200.367.724
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.367.724
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 1:253t BW Achternaamswijziging Gezagswijziging
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 15 januari 2026;
compenseert de proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en E.H. Schijven-Bours, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.367.724
(zaaknummer rechtbank Overijssel 330511)
beschikking van 17 september 2026
over de achternaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
in de zaak van
[vader] (de vader)
die verblijft in [woonplaats1]
advocaat: mr. D.P. Kant
en
[moeder] (de moeder)die woont op een bij het hof bekend adres
en
[stiefvader] (de stiefvader)
die woont op een bij het hof bekend adres
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad)
als adviseur van het gerechtshof
1 Samenvatting
De rechtbank Overijssel, locatie Almelo, heeft beslist dat de kinderen de achternaam van hun stiefvader krijgen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2 De feiten
De moeder en de vader zijn de ouders van [minderjarige 1], geboren [in 1] 2016 en [minderjarige 2], geboren [in 2] 2018.
De moeder en de vader zijn op 18 februari 2019 in Almelo met elkaar getrouwd.
Op 19 februari 2019 is een latere vermelding betreffende naamskeuze opgemaakt. Hieruit blijkt dat de achternaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanaf dat moment ‘ [achternaam] ’ is.
Het huwelijk van de moeder en de vader is ontbonden op 23 juli 2021 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het register van de burgerlijke stand.
Bij beschikking van deze rechtbank van 21 november 2022 is de moeder alleen belast
met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Bij beschikking van 20 juli 2023 heeft het
gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deze beslissing bekrachtigd.
De kinderen wonen samen met hun moeder, stiefvader en twee (half)zusjes.
Bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 24 september 2020 is de vader
strafrechtelijk veroordeeld onder andere tot een gevangenisstraf wegens mishandeling van de moeder, bedreiging van de moeder en het zich niet houden aan een door de officier van justitie afgegeven gedragsaanwijzing. Ook is aan hem een maatregel van twee jaren opgelegd en bevolen dat de vader gedurende die periode op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of onderhouden met de moeder. Bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 2 december 2021 is de vader strafrechtelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf en is hem een TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd, omdat hij (onder meer) de moeder (en/of haar kinderen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
3 De procedure bij de rechtbank
De stiefvader en de moeder hebben de rechtbank onder andere verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de adoptie uit te spreken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de stiefvader, en anders
- de stiefvader, naast de moeder, mede te belasten met gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
- de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te wijzigen in ' [achternaam stiefvader] ' en
- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo te gelasten de latere
vermelding aan de geboorteakten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toe te voegen.
De rechtbank heeft beslist dat de stiefvader samen met de moeder belast is met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de kinderen. Ook heeft de rechtbank de achternaam van de kinderen gewijzigd en bepaald dat deze ‘ [achternaam stiefvader] ’ zal zijn en de ambtenaar van de burgerlijke stand opgedragen een latere vermelding hiervan aan de geboorteakten toe te voegen. Het verzoek tot stiefouderadoptie heeft de rechtbank afgewezen.
Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 15 januari 2026.
4 De procedure bij het hof
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de achternaam van de kinderen. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof die beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en het verzoek om tot wijzing van de achternaam van de kinderen alsnog afwijst.
De moeder en de stiefvader zijn het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij willen dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- het beroepschrift op 14 april 2026;
- de brief van de raad waarin de raad zich afmeldt voor de zitting.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op 3 augustus 2026 gesproken met de voorzitter en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van hun achternaam.
De zitting bij het hof was op 6 augustus 2026. Aanwezig waren:
- de vader (telefonisch) en zijn advocaat.
- de moeder en de stiefvader
5 Het oordeel van het hof
Wat staat in de wet?
Artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) voorziet erin dat bij een gezagswijziging als deze (waarbij de stiefvader samen met de moeder met het gezag wordt belast) ook gekeken kan worden naar de geslachtsnaam van het kind. Een verzoek tot gezamenlijk gezag kan vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Dit verzoek wordt afgewezen als
a. het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;
b. het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of
c. het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.
Hoe oordeelt het hof?
Uit het hiervoor genoemde artikel volgt dat een verzoek tot gezamenlijk gezag als bedoeld in het eerste lid op grond van lid 5 samen kan gaan met een verzoek tot wijziging van de achternaam van het kind. Het hof zal dan ook, net als de rechtbank, het verzoek van de moeder en de stiefvader toetsen aan dit artikel. Het hof gaat voorbij aan de door de vader aangevoerde argumenten over het Besluit geslachtsnaamswijziging.
Het verzoek van de moeder en de stiefvader wordt afgewezen indien de in het hiervoor genoemde artikel lid 5, tweede volzin onder a, b en/of c vermelde gronden zich voordoen. Van de onder a en b genoemde gronden is hier geen sprake. Het hof moet toetsen of het belang van de kinderen zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in het gezin van de moeder, de stiefvader en hun (half)zusjes. De stiefvader draagt al meer dan vier jaar samen met de moeder zorg voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zij leven sinds die tijd in gezinsverband. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waren (en zijn nog steeds) jong toen zij deel gingen uitmaken van het gezin van de moeder en de stiefvader. Zij zijn dan ook binnen dit gezin opgegroeid en identificeren zich daarmee.
De kinderen hebben al jaren geen contact met de vader. Zij kennen hun vader dan ook niet (meer). Zij weten wel wie hun biologische vader is. Alleen maakt de vader al jaren geen onderdeel meer uit van hun leven. Daarbij komt dat de kinderen al sinds 18 februari 2019 de achternaam van hun moeder hebben. De wens van de vader dat de kinderen zich kunnen identificeren met de vader gaat dan ook niet op. Omdat de kinderen al de achternaam van de moeder dragen treft de wijziging van de achternaam de belangen van de vader verder niet.
In het dagelijks leven gebruiken de kinderen al de achternaam ‘ [achternaam stiefvader] ’. De moeder en de stiefvader hebben op de zitting verteld dat het de wens van de kinderen is om dezelfde achternaam te hebben als die van hun (half)zusjes. Dit hebben de kinderen ook zelf verteld tijdens het kindgesprek. Op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] na heeft iedereen binnen het gezin de achternaam ‘ [achternaam stiefvader] ’, ook de moeder sinds haar huwelijk met de stiefvader. De kinderen willen als volwaardig lid van het gezin waar zij nu opgroeien, ook dezelfde achternaam hebben als hun (half)zusjes, hun moeder en hun stiefvader.
Het hof is van oordeel dat het belang van de kinderen om zich te ontwikkelen binnen het gezin en het belang van gezinseenheid zwaarder weegt dan het belang van de vader bij toewijzing van zijn verzoek in hoger beroep.
De vader voert ook aan dat als de moeder en de stiefouder samen het gezag hebben én de kinderen voortaan [achternaam stiefvader] heten, dit hetzelfde effect heeft als de adoptie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de stiefvader, terwijl de rechtbank het verzoek tot stiefouderadoptie juist heeft afgewezen. Het hof volgt de vader hier niet in, omdat bij stiefouderadoptie de familierechtelijk band tussen de vader en de kinderen wordt doorgesneden en dat is bij de uitgesproken wijziging van het gezag en van de achternaam niet het geval.
Het hof zal de beschikking van de rechtbank bekrachtigen. Het hof zal omdat het om een familierechtelijke zaak gaat de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben aan het hof laten weten dat zij van hun moeder en stiefvader willen horen wat de beslissing van het hof is. Het hof gaat ervan uit dat de moeder en de stiefvader daarvoor zullen zorgen.
6 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 15 januari 2026;
compenseert de proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en E.H. Schijven-Bours, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.