Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:5979Zaaknummer 200.366.696

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
200.366.696
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep, Beschikking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof bepaalt, net als de rechtbank, dat er geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en de minderjarige. Het verzoek tot het horen van getuigen wijst het hof af.

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 12 januari 2026;

compenseert de proceskosten;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gewezen door mrs. K.A.M. van Os - ten Have, S. Kuijpers, en L.D.M. Rubens - Snijders, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Samenvatting
  2. 2 De feiten
  3. 3 De procedure bij de rechtbank
  4. 4 De procedure bij het hof
  5. 5 Het oordeel van het hof
  6. 6 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.366.696

zaaknummer rechtbank Gelderland 440012

beschikking van 17 september 2026

in de zaak van

[vader] (de vader)

die woont in [woonplaats 1]

advocaat: mr. M.M.P. Gerrits

en

[moeder] (de moeder)die woont op een bij het hof bekend adresadvocaat: mr. B. Willemsen

1 Samenvatting

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft op 12 januari 2026 de zorgregeling tussen de ouders gewijzigd en bepaald dat geen contact zal plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de vader en de moeder de eigen proceskosten betalen. Het hof laat die beslissingen in stand en legt hierna uit waarom.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige], geboren [in] 2015.

2.2.

De ouders hebben sinds de beslissing van de rechtbank van 21 december 2016 samen het gezag over [minderjarige].

2.3.

Op 21 december 2016 heeft de rechtbank een informatieregeling vastgesteld, waarbij de moeder de vader maandelijks per e-mail moet informeren over gewichtige aangelegenheden over de ontwikkeling, de persoon en het vermogen van [minderjarige]. Bij noodgevallen moet de moeder de vader telefonisch informeren.

2.4.

Van 28 augustus 2018 tot 16 juni 2026 heeft [minderjarige] onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming Gelderland (de GI).

2.5.

Op 5 september 2018 heeft de rechtbank een zorgregeling tussen de ouders vastgesteld. De rechtbank heeft die zorgregeling op 8 december 2021 gewijzigd en bepaald dat [minderjarige] en de vader één keer per vier weken contact hebben, waarbij de GI de regie heeft over de uitbreiding van de zorgregeling.

3 De procedure bij de rechtbank

3.1.

De vader heeft de rechtbank gevraagd om de informatieregeling te wijzigen en te concretiseren en daarbij een dwangsom op te leggen. Verder heeft de vader gevraagd om een zorgregeling vast te stellen, waarbij het contact tussen de vader en [minderjarige] wordt opgebouwd en daarbij een dwangsom op te leggen. Ten slotte heeft de vader de rechtbank gevraagd te bepalen dat de ouders de eigen proceskosten betalen.

3.2.

De moeder was het niet eens met de verzoeken van de vader en heeft de rechtbank bij zelfstandig verzoek gevraagd om te bepalen dat zij alleen het gezag over [minderjarige] zal hebben en te bepalen dat de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vader worden stopgezet.

3.3.

De rechtbank heeft op 31 januari 2025 de informatieregeling gewijzigd en bepaald dat de moeder de vader elke eerste dag van de maand per e-mail informeert over [minderjarige]. De rechtbank heeft het verzoek van de vader om een dwangsom op te leggen afgewezen. Verder heeft de rechtbank de raad voor de kinderbescherming (de raad) verzocht onderzoek te doen en in afwachting van dat onderzoek de definitieve beslissing over de zorgregeling, het gezag en de proceskosten aangehouden.

3.4.

De raad heeft op 12 augustus 2025 gerapporteerd.

3.5.

Op 10 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder over het gezag afgewezen en een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij, nadat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [minderjarige], de raad en de GI, [minderjarige] en de vader één keer per twee weken, onder begeleiding van GrandCare of de GI, contact met elkaar hebben via WhatsApp.

De rechtbank heeft de definitieve beslissing over de zorgregeling en de proceskosten opnieuw aangehouden, in afwachting van nader raadsonderzoek.

3.6.

De raad heeft op 26 november 2025 aanvullend gerapporteerd.

3.7.

Op 12 januari 2026 heeft de rechtbank de zorgregeling gewijzigd en bepaald dat geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige]. Verder heeft de rechtbank bepaald dat de vader en de moeder de eigen proceskosten betalen.

4 De procedure bij het hof

4.1.

De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank van 12 januari 2026. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en bepaalt dat omgang/contact tussen [minderjarige] en de vader alsnog volgens een opbouwregeling wordt vormgegeven.

Daarnaast wil de vader dat het hof de betrokken hulpverleners als getuigen hoort, waaronder ook de hulpverleners van de vader. Ten slotte wil de vader dat het hof bepaalt dat beide ouders de eigen proceskosten betalen.

4.2.

De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof die beslissing in stand laat, de verzoeken van de vader afwijst en bepaalt dat beide ouders de eigen proceskosten betalen.

De informatie die het hof heeft ontvangen

4.3.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het beroepschrift, ontvangen op 17 maart 2026;
  • het verweerschrift;
  • de brief van de GI van 29 juli 2026, waarin de GI zich afmeldt voor de zitting wegens beëindiging van de ondertoezichtstelling.
4.4.

[minderjarige] heeft op 17 augustus 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat zij vindt van het contact met de vader.

4.5.

De zitting bij het hof was op 20 augustus 2026. Aanwezig waren:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de raad.

5 Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat

5.1.

De rechter kan op verzoek van de ouders, of van een van hen, een beslissing nemen over de uitoefening van het ouderlijk gezag of een door de ouders onderling getroffen regeling daarover wijzigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.[_2232902b-9337-4b0c-ad32-9f26725485e9] Deze gewijzigde regeling kan gaan over een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, of een (tijdelijk) verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben.[_3a436b31-f9fe-4d7c-9c9a-830285fc7413] De rechter neemt een beslissing die in het belang van het kind wenselijk is.[_f5e3681a-e901-4d7d-8144-a49877bd634c]

Het standpunt van de vader

5.2.

De vader voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat er geen contact zal plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader. Volgens vader geeft de moeder [minderjarige] geen emotionele toestemming voor contact. Uit het raadsrapport blijkt dat [minderjarige] goed kan spreken over de wereld van de moeder, maar zich afsluit wanneer het over de wereld bij de vader gaat. Het lukt moeder niet om de wereld van de vader heel te houden en een veilige situatie voor [minderjarige] te creëren, waarbij contact tussen de vader en [minderjarige] kan ontwikkelen. De moeder moet niet worden beloond voor haar gedrag als weigerouder. Dit is in strijd met de belangen van [minderjarige].

Het standpunt van de moeder

5.3.

De moeder voert aan dat de rechtbank de zorgregeling terecht heeft gewijzigd. [minderjarige] vertoont weerstand tegen contact met de vader, ook bij hulpverleningsinstanties waar een neutrale plek wordt gecreëerd met ruimte voor [minderjarige] om haar eigen mening te vormen en te uiten. De moeder is daarbij niet aanwezig. Er kan daarom niet worden gezegd dat alleen de moeder de weerstand veroorzaakt. Het is in het belang van [minderjarige] dat er nu rust komt. Er is geen aanleiding voor het horen van getuigen, omdat uitgebreid onderzoek is gedaan door de raad.

Het advies van de raad

5.4.

De raad adviseert om de beslissing van de rechtbank in stand te laten. [minderjarige] ervaart druk door het contact met de vader. Als die druk wegvalt, kan meer ruimte ontstaan voor de diepere problematiek van [minderjarige]. Het is belangrijk dat [minderjarige] nu rust ervaart en merkt dat er naar haar geluisterd wordt.

Het oordeel van het hof

5.5.

Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat er geen contact moet zijn tussen [minderjarige] en de vader. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de rechtbank en voegt daar nog het volgende aan toe.

5.6.

De zorgregeling die de rechtbank op 8 december 2021 heeft vastgesteld, is gebaseerd op een situatie waarbij de GI nog betrokken was. Inmiddels is de ondertoezichtstelling beëindigd, zodat sprake is van een wijziging van omstandigheden en het hof de verzoeken kan beoordelen. Tussen de ouders staat ook niet ter discussie dat sprake is van een wijziging van omstandigheden.

5.7.

Los van het beëindigen van de ondertoezichtstelling is de afgelopen jaren veel veranderd in de situatie rond [minderjarige]. Vanaf 2020 is voor [minderjarige] veel hulp ingezet en is geprobeerd het contact met de vader tot stand te brengen. Ondanks de hulpverlening en de betrokkenheid van de GI liet en laat [minderjarige] nog steeds veel weerstand zien. Zij is hierin consistent. In de twee raadsonderzoeken heeft zij duidelijk gemaakt dat zij geen contact wil met de vader, ook niet via Whatsapp of spraakberichten. Tijdens het kindgesprek bij het hof heeft [minderjarige] verteld dat ze de situatie sinds de beslissing van de rechtbank fijner vindt. [minderjarige] had het gevoel dat ze gedwongen werd om contact met de vader te hebben, terwijl ze dat niet wilde. Uit het dossier en de verschillende raadsonderzoeken komt een beeld naar voren waarbij [minderjarige] klem zit tussen de ouders en dat zij op dit moment geen ruimte heeft voor contact met de vader. Dat wordt mede veroorzaakt door de houding van de vader. Zo heeft de vader geen toestemming gegeven voor een vakantie van [minderjarige] bij familie in Italië. Hierdoor kon deze vakantie niet doorgaan wat zorgt voor onrust in het leven van [minderjarige] en het gezin waarvan zij deel uitmaakt. Op de zitting heeft de vader hierover verklaard dat hij geen toestemming voor de vakantie heeft gegeven, omdat de moeder geen emotionele toestemming geeft voor contact tussen de vader en [minderjarige]. Hiermee zet de vader het behalen van zijn eigen gelijk boven de belangen van [minderjarige]. Het beeld dat [minderjarige] van de vader heeft wordt hierdoor weer bevestigd. Bij de mondelinge behandeling trok de vader de dingen die [minderjarige] in het kindgesprek heeft verteld in twijfel, terwijl [minderjarige] tijdens het gesprek spontaan en oprecht overkwam. De vader lijkt weinig inzicht te tonen in zijn eigen aandeel in het veroorzaken van de weerstand bij [minderjarige].

5.8.

Alle ingezette hulpverlening om het contact te herstellen is belastend geweest voor [minderjarige]. Verdere pogingen om het contact te herstellen zouden averechts kunnen werken en de weerstand bij [minderjarige] nog verder kunnen vergroten. Het is daarom in het belang van [minderjarige] dat zij nu de rust kan ervaren die zij de afgelopen jaren heeft gemist. Het hof is daarom van oordeel dat geen contact moet plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank op dit onderdeel.

Het getuigenverhoor

5.9.

De vader heeft zijn verzoek tot het horen van getuigen niet concreet gemaakt en niet onderbouwd. Zo heeft hij niet toegelicht welke getuigen zouden moeten worden gehoord en waar het getuigenverhoor toe kan dienen bij de beoordeling van de verzoeken. Ook op de zitting is de vader niet ingegaan op zijn verzoek tot het horen van getuigen. Het hof wijst dit verzoek daarom af.

De proceskosten

5.10.

Beide ouders vragen het hof om te bepalen dat de ouders de eigen proceskosten betalen, zoals de rechtbank ook heeft bepaald. Het hof ziet geen aanleiding om een van de ouders in de proceskosten te veroordelen en zal daarom bepalen dat ieder de eigen proceskosten van het geding in hoger beroep betaalt (compensatie van proceskosten).

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 12 januari 2026;

compenseert de proceskosten;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gewezen door mrs. K.A.M. van Os - ten Have, S. Kuijpers, en L.D.M. Rubens - Snijders, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Voetnoten

  1. Artikel 1:253a lid 4 BW in samenhang met artikel 1:377e BW.
  2. Artikel 1:253a lid 2 onder a in samenhang met artikel 1:377a lid 3 BW.
  3. Artikel 1:253a lid 1 BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.