Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 augustus 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5552Zaaknummer 200.367.627
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.367.627
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek opheffen bewind
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, team bewind, zittingsplaats Zutphen) van 16 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, K.A.M. van Os-ten Have en
L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door de griffier, en is op 27 augustus 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.367.627
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11840051)
beschikking van 27 augustus 2026
inzake
[rechthebbende],
wonende in [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [rechthebbende],
advocaat: mr. J.C.N.T. van Haren,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RechtOp B.V.
gevestigd in Arnhem,
verder te noemen: de bewindvoerder,
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1],
wonende in [woonplaats2],
en
[belanghebbende2],
wonende in [woonplaats3],
en
[belanghebbende3],
wonende in [woonplaats4],
en
[belanghebbende5],
wonende in [woonplaats5],
en
[belanghebbende6],
wonende in [woonplaats7].
1 De procedure bij de rechtbank
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, team bewind, zittingsplaats Zutphen) van 16 januari 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder; de bestreden beschikking).
2 De procedure bij het hof
Bij het hof is op 15 april 2026 het beroepschrift met producties binnengekomen.
De mondelinge behandeling heeft op 14 juli 2026 plaatsgevonden. [rechthebbende] was aanwezig samen met zijn advocaat. De bewindvoerder en overige belanghebbenden waren niet bij de mondelinge behandeling aanwezig.
3 De feiten
Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 17 september 2020 is een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende] wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 15 augustus 2026, heeft [rechthebbende] verzocht de bewindvoering op te heffen omdat zijn schulden zijn afgelost en hij wil emigreren naar Amerika.
4 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen.
[rechthebbende] is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het bewind over zijn goederen alsnog op te heffen, dan wel een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.
5 De motivering van de beslissing
Wat staat in de wet?
De kantonrechter kan, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 432, eerste en tweede lid, dan wel ambtshalve.
Hoe oordeelt het hof?
Het hof vindt net als de kantonrechter dat het verzoek van [rechthebbende] tot opheffing van het bewind, moet worden afgewezen. Omdat [rechthebbende] om opheffing van het bewind verzoekt, ligt het op zijn weg om te onderbouwen dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat of dat voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken. Hierin is de man naar het oordeel van het hof niet geslaagd, zodat het hof geen aanleiding ziet voor opheffing van het bewind. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof licht dat hieronder toe.
Uit de beschikking van de kantonrechter van 17 september 2020 blijkt dat het bewind is ingesteld, omdat [rechthebbende] als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. [rechthebbende] heeft op de mondelinge behandeling verteld dat bij een verkeerscontrole bleek dat hij een belastingschuld had van € 12.000,- en dat daarna het bewind is ingesteld. Het hof heeft geen stukken ontvangen waaruit de aanleiding voor de onder bewindstelling blijkt en er zijn geen stukken ter onderbouwing van de lichamelijke en geestelijke toestand van [rechthebbende] overgelegd ten tijde van de instelling van het bewind en evenmin van nu. [rechthebbende] heeft in dat kader zijn standpunt onvoldoende onderbouwd en het hof kan daarom niet beoordelen of de situatie is veranderd en hij nu wel zijn eigen belangen kan behartigen. In dat verband is nog van belang dat er voor het hof veel onduidelijkheid bestaat over [rechthebbende] en zijn relatie dan wel huwelijk met [naam1]. [rechthebbende] zegt bij haar te willen gaan wonen in Amerika, maar [naam1] verblijft nu in Zuid-Afrika. Volgens [rechthebbende] zou [naam1] in juli 2026 naar Nederland komen, maar is haar de toegang tot Nederland geweigerd. Een door hem overgelegd Amerikaans huwelijkscertificaat bevat geen geboortedata of handtekeningen, zodat er vraagtekens bestaan over de echtheid. Ook ontbreken stukken over de nalatenschap van [naam1] die op de rekening van de man is gestort en door de bank als frauduleus is aangemerkt. Het hof deelt dan ook de zorg van de kantonrechter dat er kennelijk nog steeds gepoogd wordt misbruik te maken van [rechthebbende]
Het feit dat [rechthebbende] op dit moment geen schulden zou hebben maakt het voorgaande niet anders nu in 2020 de onder bewindstelling is uitgesproken vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van [rechthebbende].
6 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, team bewind, zittingsplaats Zutphen) van 16 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, K.A.M. van Os-ten Have en
L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door de griffier, en is op 27 augustus 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.