Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:4055Zaaknummer 21-004992-25

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
21-004992-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Apeldoorn
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist, het hof zal het vonnis waarvan beroep dan ook bevestigen met uitzondering van het door de rechtbank bepaalde aantal dagen gijzeling. Gelet op de in januari 2026 gewijzigde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, dient de duur van de gijzelingsdagen in het voordeel van betrokkene te worden beperkt.

Het hof:

Vernietigt het vonnis ten aanzien van de aantal dagen opgelegde gijzeling.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. D.J. Stahlie, voorzitter,

mr. Th.C.M. Willemse en mr. S. Bek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,

en op 18 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Beslissing
  4. Duur gijzeling
  5. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004992-25

Uitspraakdatum: 18 juni 2026

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats, van 27 november 2025 met parketnummer 16-111772-23 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],

op dit moment verblijvende in [verblijfsplaats].

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inhoudende de beslissing op de ontnemingsvordering.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 4 juni 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de betrokkene door zijn raadsman, mr. T.J.F. Wassenaar, is aangevoerd.

Beslissing

De rechtbank heeft het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 7.764,-. De rechtbank heeft de verplichting tot betaling aan de Staat vastgesteld op datzelfde bedrag.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist, het hof zal het vonnis waarvan beroep dan ook bevestigen met uitzondering van het door de rechtbank bepaalde aantal dagen gijzeling. Gelet op de in januari 2026 gewijzigde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, dient de duur van de gijzelingsdagen in het voordeel van betrokkene te worden beperkt. Het vonnis van de rechtbank zal op dat onderdeel dus worden vernietigd.

Duur gijzeling

Bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel bepaalt de rechter op grond van artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd. Hierbij wordt voor elke volle € 100,- van het opgelegde bedrag één dag gerekend. Voorgaande maakt dat het hof de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen bepaald.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis ten aanzien van de aantal dagen opgelegde gijzeling.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. D.J. Stahlie, voorzitter,

mr. Th.C.M. Willemse en mr. S. Bek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,

en op 18 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.