Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:1817Zaaknummer 200.356.303

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
200.356.303
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gerechtshof verwijst zaak ter verdere behandeling naar ander gerechtshof, omdat de advocaat van een van partijen raadsheer-plaatsvervanger in dit hof is geworden i.v.m. opleiding tot raadsheer. Artikel 62b Wet op de rechterlijke organisatie.

4 De beslissing van het gerechtshof

Het gerechtshof:

verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Samenvatting
  2. 2 Wat er is gebeurd in de procedure bij het gerechtshof
  3. 3 3. De toelichting op de beslissing van het gerechtshof
  4. 4 De beslissing van het gerechtshof

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.356.303

zaaknummer rechtbank Gelderland 11151989 EZ VERZ 24-282

beschikking van 26 maart 2026

in de zaak van

[verzoekster] (hierna: moeder)

die woont in [woonplaats1]

als wettelijke vertegenwoordiger van [de erfgename] (hierna: [de erfgename])

advocaat: eerst mr. L.D.M. Rubens-Snijders, nu mr. M.S. Vos

en

[belanhebbende] (hierna: [belanhebbende] )die woont in [woonplaats2]

als (opvolgend) testamentair bewindvoerder over hetgeen [de erfgename] als erfgename heeft verkregen uit de nalatenschap van haar vader [de erflater]advocaat: mr. K. van Barneveld-Peters

1 Samenvatting

Het gerechtshof verwijst de zaak naar een ander gerechtshof om daar verder te worden behandeld. Hierna wordt uitgelegd waarom. Maar eerst beschrijft het gerechtshof wat er is gebeurd in de procedure bij het gerechtshof.

2 Wat er is gebeurd in de procedure bij het gerechtshof

2.1.

De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft een beslissing gegeven in de beschikking van 28 maart 2025. Moeder is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en heeft daartegen hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof.

2.2.

Het gerechtshof heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het beroepschrift van moeder, ontvangen op 30 juni 2025;
  • de e-mail van [belanhebbende] van 2 juli 2025, waarop het gerechtshof naar [belanhebbende] heeft gereageerd met zijn brief van 3 juli 2025
  • de brief van moeder van 1 augustus 2025 met bijlage
  • het verweerschrift van [belanhebbende], ontvangen op 10 september 2025
  • de e-mail van [belanhebbende] van 22 september 2025.
2.3.

Daarna heeft het gerechtshof een datum voor de mondelinge behandeling bepaald en [de erfgename] uitgenodigd voor een gesprek.

2.4.

Omdat de advocaat die moeder eerst bijstond vanaf 1 januari 2026 raadsheer-plaatsvervanger is bij het gerechtshof is aan moeder en [belanhebbende] gevraagd zich erover uit te laten of sprake is van betrokkenheid van het gerechtshof waardoor behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Dat heeft het gerechtshof gevraagd in zijn brieven van 5 maart 2026. Bij brieven van die datum heeft het gerechtshof aan moeder en [belanhebbende] meegedeeld dat de mondelinge behandeling niet doorgaat en aan [de erfgename] dat het gesprek niet doorgaat.

2.5.

Vervolgens heeft het gerechtshof de volgende stukken ontvangen:

  • de e-mail van [belanhebbende], ontvangen op 8 maart 2026, dat zij het goed vindt dat de zaak zal worden verwezen naar een ander gerechtshof
  • de brief van de moeder, ontvangen op 16 maart 2026, waarin zij meedeelt dat zij de zaak wenst voort te zetten bij het gerechtshof, zodat verdere vertraging kan worden voorkomen.

3 3. De toelichting op de beslissing van het gerechtshof

3.1.

In de wet[_20424210-86e5-42ec-82eb-493925e94f95] staat dat het gerechtshof een zaak voor verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof als door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.

3.2.

Moeder is in de procedure bij de rechtbank en bij het gerechtshof bijgestaan door mr. L.D.M. Rubens-Snijders als advocaat. Op 3 december 2025 heeft mr. Rubens-Snijders zich onttrokken als advocaat van moeder. Daarna heeft mr. M.S. Vos zich gesteld als advocaat voor moeder. Mr. Rubens-Snijders is met ingang van 1 januari 2026 raadsheer-plaatsvervanger in dit hof (in verband met haar opleiding tot raadsheer). Daardoor is het gerechtshof betrokken bij deze zaak en is het wenselijk dat een ander gerechtshof de zaak behandelt.

3.3.

Het gerechtshof zal op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.[_448d2f23-d5b0-4e7c-a67f-05866e6ccb38]

4 De beslissing van het gerechtshof

Het gerechtshof:

verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.