Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 november 2025

ECLI:NL:GHARL:2025:7480Zaaknummer 200.251.241

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
200.251.241
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Effectenlease. Dexia. Recht op memorie van grieven vervallen. Niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep.

Het hof:

3.1.

verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering in hoger beroep;

3.2.

veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde]:

€ 313,- aan griffierecht

€ 1.214,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x het toepasselijke tarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. de Waele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
  2. 2 De motivering van de beslissing van het hof
  3. 3 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.251.241

zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, 3227292

arrest van 25 november 2025

in de zaak van

Dexia Nederland B.V. (Dexia)

die is gevestigd in Amsterdam

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

en

[geïntimeerde] ( [geïntimeerde])

die woont in [woonplaats] (Gld.)

advocaat: mr. J.B. Maliepaard

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Naar aanleiding van het arrest van 5 februari 2019 heeft bij het hof op 8 mei 2019 een meervoudige comparitie na aanbrengen plaatsgevonden. Voorafgaand aan die comparitie heeft Dexia een akte na tussenarrest en heeft [geïntimeerde] een akte uitlating geschilpunten genomen. De zaak is na de comparitie geroyeerd en in 2025 hervat.

1.2.

Na hervatting van de zaak is deze naar de rol van 26 augustus 2025 verwezen voor memorie van grieven. Op die datum is de memorie van grieven niet genomen. Vervolgens is een uitstel verleend tot 23 september 2025, ambtshalve peremptoir (overeenkomstig artikel 2.19 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, hierna: LPR). Ook op die datum heeft Dexia geen memorie van grieven ingediend. Op de rol van 23 september 2025 is aangetekend dat het recht op het indienen van een memorie van grieven is vervallen.

2 De motivering van de beslissing van het hof

2.1.

Nu Dexia in de appeldagvaarding geen gronden voor het hoger beroep heeft aangevoerd en geen memorie van grieven heeft genomen, is de vordering in hoger beroep niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Het hof zal Dexia dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering in hoger beroep.

2.2.

Het hoger beroep slaagt niet. Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.[_fd2c301b-f622-4b4a-a463-b547b3dac1fb]

3 De beslissing

Het hof:

3.1.

verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering in hoger beroep;

3.2.

veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde]:

€ 313,- aan griffierecht

€ 1.214,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x het toepasselijke tarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. de Waele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.