Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 maart 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:2506Zaaknummer Wahv 200.312.636
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 maart 2023
- Publicatiedatum
- 12 april 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.312.636
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 5 Wahv. De ambtenaar sprak de bestuurder aan, maar kon haar identiteit niet vaststellen. De verkeerssituatie was gevaarlijk en de bestuurder reed weg. Sanctie terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
| Zaaknummer | : Wahv 200.312.636/01 |
| CJIB-nummer | : 241105853 |
| Uitspraak d.d. | : 23 maart 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “ R395 - voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 april 2021 om 08.24 uur op de Javalaan in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De officier van justitie heeft de inleidende beschikking gewijzigd in zoverre dat de feitcode en omschrijving van de gedraging luiden: "R315B – stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)". Het sanctiebedrag dat daarbij hoort is € 100,-.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat eerder in de procedure is aangevoerd dat de betrokkene ten onrechte niet is staandegehouden. De betrokkene stelt dat hij wel degelijk bij het voertuig was en dat hij zelfs met ambtenaren heeft gepraat. Nu de ambtenaar en de betrokkene elkaar hebben gesproken was, net als in het arrest ECLI:NL:GHARL:2019:632, een reële mogelijkheid tot staandehouden.
4. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
5. In dit verband heeft de ambtenaar in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal verklaard dat de bestuurder, nadat zij door de ambtenaar was aangesproken, wegreed. De ambtenaar was haar voertuig uitgestapt en vanwege de onveilige situatie, de gedraging werd verricht bij een voetgangersoversteekplaats vlakbij een school waar het druk was met ouders en kinderen, kon zij niet overgaan tot staandehouding.
6. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent, brengt de omstandigheid dat de betrokkene en de ambtenaar elkaar hebben gesproken, niet altijd mee dat er een reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder van het betreffende voertuig vast te stellen. In dit geval mocht de ambtenaar, die te voet was, gelet op de verkeerssituatie ter plaatse en het feit dat de bestuurder wegreed na te zijn aangesproken, zodat haar identiteit niet kon worden vastgesteld, de sanctie opleggen aan de betrokkene als kentekenhouder.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.