Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 februari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:1389Zaaknummer 200.314.143
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 februari 2023
- Publicatiedatum
- 20 februari 2023
- Zaaknummer
- 200.314.143
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Echtscheiding.
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 24 juni 2022;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, R. Feunekes en M.H.F. van Vugt, leden, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard, en is op 16 februari 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.314.143
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 534370)
beschikking van 16 februari 2023
inzake
[verzoeker]
woonplaats [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. A.J.C.W. Scholte-van de Ven in Oss,
en
[verweerster],
woonplaats [woonplaats1],
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A.R.H. Baas in Groningen.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 24 juni 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 augustus 2022;
- het verweerschrift.
De mondelinge behandeling heeft op 31 januari 2023 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3 De feiten
Partijen zijn [in] 2011 in [plaats1], Irak, gehuwd. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Iraakse nationaliteit. De man heeft de Nederlandse nationaliteit aangevraagd.
De man en de vrouw zijn de ouders van:
- [de minderjarige1], geboren [in] 2013 in [plaats1] (Irak), en
- [de minderjarige2], geboren [in] 2017 in [plaats2].
De vrouw heeft op 1 februari 2022 een verzoek tot echtscheiding ingediend.
4 De omvang van het geschil
Het hoger beroep van de man is gericht tegen l de door de rechtbank in de bestreden beschikking uitgesproken echtscheiding.
De man is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en in deze beschikking het echtscheidingsverzoek van de vrouw alsnog af te wijzen.
De vrouw voert verweer en zij verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5 De motivering van de beslissing
Ingevolge artikel 3 lid 1 onder a van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (verder: Brussel IIbis-verordening) heeft de Nederlandse rechter ten aanzien van de echtscheiding rechtsmacht, nu de vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft.
Op grond van artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek wordt de echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken, indien het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Op de mondelinge behandeling heeft de man erkend dat de situatie sinds de bestreden beschikking is gewijzigd. De man en de vrouw wonen niet meer samen, het perspectief van de kinderen is elders bepaald, de man ziet in dat hij en de vrouw zich niet meer met elkaar zullen verzoenen, en hij erkent dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man kan zich er om emotionele redenen toch niet toe zetten om zijn verzoek in hoger beroep in te trekken.
Nu de man niet langer betwist dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, heeft hij geen belang meer bij een beoordeling van zijn verzoek in hoger beroep. Het verzoek van de man zal daarom worden afgewezen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
6 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 24 juni 2022;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, R. Feunekes en M.H.F. van Vugt, leden, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard, en is op 16 februari 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.