Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 november 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:9617Zaaknummer Wahv 200.304.507/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 9 november 2022
- Publicatiedatum
- 6 december 2022
- Zaaknummer
- Wahv 200.304.507/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bekwaamheid. De ambtenaar heeft alleen een certificaat om analoge radarsnelheidsmeter te bedienen, maar is door bijscholing in staat met digitale varianten om te gaan.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
| Zaaknummer | : Wahv 200.304.507/01 |
| CJIB-nummer | : 238499656 |
| Uitspraak d.d. | : 9 november 2022 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 15 november 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 121,- voor: “14 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 december 2020 om 20.29 uur op de Provincialeweg N2020 (hmp 4.1) in Velsen-Zuid met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat niet is gebleken dat de ambtenaar die de apparatuur heeft gebruikt hiertoe bevoegd (het hof begrijpt: bekwaam) was. Het in deze zaak gebruikte meetapparaat is het digitale apparaat MultaRadar CT. Het meest recente certificaat van de verbalisant dateert uit 2010. De ambtenaar in deze zaak beschikt over een algemeen certificaat voor apparatuur van fabrikant Gatso. Volgens de gemachtigde volstaat een certificaat uit 2010 niet, gelet op de ontwikkelingen in de techniek.
3. In het verweerschrift heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat hij informatie heeft ingewonnen bij de politie, Team Verkeer. Uit deze informatie blijkt dat de afgegeven certificaten voor de toen nog analoge radar -over welk certificaat de ambtenaar in deze zaak ook beschikt- geen einddatum hebben. Verder heeft de advocaat-generaal informatie ingewonnen bij de verkeersspecialist van de politie [naam1]. Daaruit blijkt dat zowel de oude als vernieuwde apparatuur volgens hetzelfde principe werken – namelijk middels het dopplereffect –zodat een oud certificaat ook voor het gebruik van vernieuwde meetapparatuur volstaat. De advocaat-generaal deelt voorts mee dat alle ambtenaren die al bedienaar waren van radarapparatuur voor de introductie van de Multaradar CT zijn bijgeschoold door kerninstructeurs.
4. Gelet op de door de advocaat-generaal verstrekte informatie, die door de gemachtigde niet is betwist, faalt de beroepsgrond.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonechter bevestigen. Aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14042 Rechtbank Den Haag, 22 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14043 Rechtbank Den Haag, 22 december 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.