Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 juni 2022

ECLI:NL:GHARL:2022:4779Zaaknummer Wahv 200.293.198

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13 juni 2022
Publicatiedatum
25 juli 2022
Zaaknummer
Wahv 200.293.198
Rechtsgebied
Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ook op een druilerige dinsdag om half tien ’s avonds mag niet worden geparkeerd op een gelegenheid voor laden en lossen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De beslissing van de kantonrechter
  2. Het verloop van de procedure
  3. De beoordeling
  4. De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: Wahv 200.293.198/01
CJIB-nummer: 229595934
Uitspraak d.d.: 13 juni 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Nederland van 29 januari 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2019 om 21.34 uur op de Aweg in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De betrokkene erkent de gedraging te hebben verricht, maar stelt dat die niet verwijtbaar is omdat door zijn handelen niemand is gehinderd. Het was een druilerige dinsdag in oktober na half tien ’s avonds. Op dat tijdstip was geen enkele sprake van laad- en losactiviteiten of iets wat daar op zou lijken. De betrokkene stelt zich - kort gezegd - op het standpunt dat de overheid zinvolle en nuttige regels moet vaststellen en die op een zinvolle manier moet handhaven. Daarvan was in dit geval geen sprake.

3. De gedraging is verricht. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient te worden beoordeeld of er aanleiding bestaat de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

4. Het hof stelt voorop dat ambtenaren over een discretionaire bevoegdheid beschikken op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. De enkele omstandigheid dat het een druilerige dinsdag in oktober ’s avond na half tien was, brengt niet mee dat de betrokkene, die de gedraging heeft verricht, daarvan gevrijwaard zou moeten blijven. Daarbij wordt erop gewezen dat niet kan worden geoordeeld dat de ambtenaar in redelijkheid hier niet heeft kunnen komen tot de beslissing om een sanctie op te leggen.

5. Verder wordt overwogen dat het verrichten van een gedraging als de onderhavige op zichzelf al het opleggen van een sanctie kan rechtvaardigen. Dat de betrokkene in feite niemand heeft belemmerd de betreffende laad- en losgelegenheid te gebruiken, doet - wat daar verder ook van zij - daarom niet ter zake. Zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen is het niet aan een weggebruiker om naar eigen inzicht af te wijken van de geldende verkeersregels.

6. Nu uit het voorgaande volgt dat de sanctie op juiste gronden is opgelegd en er geen omstandigheden zijn die aanleiding geven tot het achterwege laten van de opgelegde sanctie of matiging van het bedrag van die sanctie, heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Die beslissing wordt daarom bevestigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.