Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 november 2020

ECLI:NL:GHARL:2020:9690Zaaknummer 200.277.387

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24 november 2020
Publicatiedatum
26 november 2020
Zaaknummer
200.277.387
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing zaak i.v.m. betrokkenheid hof. art. 62 b RO.

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg
  2. 2 2. Het geding in hoger beroep
  3. 3. De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof: 200.277.387

(zaaknummer rechtbank Gelderland: 365782)

arrest van 24 november 2020

in de zaak van

de stichtingSTICHTING HET LIJNDENSCHE FONDS VOOR KERK

EN ZENDING, gevestigd te Hemmen, gemeente Overbetuwe,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de stichting,

advocaat: mr. E.H.M. Harbers,

tegen:

1 [geïntimeerde1],

2. [geïntimeerde2], beiden wonende te [A],

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eisers,

hierna: [geïntimeerden] c.s.,

advocaat: mr. L.E. de Geer.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 1 april 2020 dat de rechtbank Gelderland heeft gewezen.

2 2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 17 april 2020,- de memorie van grieven (met productie),

- de H16-formulieren van partijen,

- de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep (met producties),

- de verwijzing van de zaak naar de rol voor beslissing van het hof over het verzoek van [geïntimeerden] c.s. om de zaak te verwijzen naar een ander hof.

3. De beoordeling

3.1

In de procedure tussen partijen gaat het onder andere om de vraag of partijen zijn gebonden aan een bindend advies. Het bindend advies is mede gegeven door [X]. [X] is deskundig lid van de pachtkamer van dit hof.

3.2

Nu het hof op deze wijze betrokkenheid bij de zaak heeft, zal het hof op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam, welk hof voor dit doel is aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 11037.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.