Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2020

ECLI:NL:GHARL:2020:7600Zaaknummer 200.260.310

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 september 2020
Publicatiedatum
24 september 2020
Zaaknummer
200.260.310
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2020:3938. Weigering dekking autoverzekering wegens mogelijk geënsceneerde aanrijding (7:941 BW, 7:952 BW). Hof is ambtshalve bekend met zaak tussen andere partijen bij hof Arnhem-Leeuwarden, waarin gedeeltelijk dezelfde betrokkenen een rol spelen. Hof vraagt partijen zich uit te laten over die zaak en de betekenis daarvan voor het geschil tussen partijen.

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2020 voor het nemen van een akte door ASR zoals in rechtsoverweging 2.2 overwogen,

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, L. Janse en M.S.A. van Dam en is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
  2. 2 De verdere beoordeling in hoger beroep
  3. 3 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.260.310

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 6427356)

arrest van 22 september 2020

in de zaak van

[appellante],

wonende te [A],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. Ü. Arslan,

tegen:

de naamloze vennootschap

ASR Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Utrecht

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: ASR,

advocaat: mr. E.J.A.A. van Dal.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof verwijst naar het tussenarrest van 19 mei 2020.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- de akte van [appellante] (met productie); en

- de akte van ASR.

2 De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1

Het hof is ambtshalve bekend met de uitspraak van dit hof van 9 juni 2020, gepubliceerd met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2020:4411, in een geschil tussen [B] (in genoemd arrest aangeduid als “appellante” en “verzekerde”) uit Rijswijk tegen Achmea Schadeverzekering. Kort gezegd betreft het een geschil waarin een met aanzienlijke schade geïmporteerde auto door [B] is verzekerd, waarna deze geheel is uitgebrand en schade bij de verzekeraar is geclaimd. Onderdeel van dat geschil betrof de aankoopgeschiedenis van de auto, waarbij ook [C], “betrokkene 2” in genoemd arrest en aangeduid als de ex-relatie van [B], is betrokken.

2.2

Het hof zal beide partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over bovengenoemd arrest en de betekenis daarvan voor het geschil tussen [appellante] en ASR. Daarbij zal ASR als eerste een akte mogen nemen, gevolgd door [appellante].

2.3

Het hof zal de zaak daarvoor naar de hierna te noemen rol verwijzen.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2020 voor het nemen van een akte door ASR zoals in rechtsoverweging 2.2 overwogen,

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, L. Janse en M.S.A. van Dam en is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.