Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:5286Zaaknummer 200.240.352/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Publicatiedatum
- 27 juni 2019
- Zaaknummer
- 200.240.352/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewind. Formele procespartij. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:757. Bewindvoerder is niet opgeroepen en niet in rechte verschenen. Onder bewind gestelde kan zelf geen procespartij zijn. Zij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 318,- aan griffierecht aan de zijde van [geïntimeerde1] en € 1.074,- aan salaris advocaat ( [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] gezamenlijk).
Dit arrest is gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, mr. H. de Hek en mr. O.E. Mulder en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.240.352/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/158574 / KG ZA 17-339)
arrest in kort geding van 25 juni 2019
in de zaak van
[appellante],
wonende te [A],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. S.A.G. de Vries, kantoorhoudend te Heerenveen,
tegen
1 [geïntimeerde1],
wonende te [B],
hierna: [geïntimeerde1],
2. [geïntimeerde2],
wonende te [B],
hierna: [geïntimeerde2],
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. S. Vaupell, kantoorhoudend te Wolvega.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Op 29 januari 2019 is een tussenarrest gewezen. Vervolgens heeft [appellante] een tweetal deurwaardersexploten overgelegd. [geïntimeerde1] heeft daarop nog een akte genomen. Daarna hebben partijen aanvullend stukken overgelegd en is arrest bepaald.
2 Procespartij
In het tussenarrest is (in rechtsoverweging 3.2) overwogen dat de bewindvoerder en niet de rechthebbende zelf als procespartij dient op te treden. [appellante] is in de gelegenheid gesteld de bewindvoerder op te roepen om in het geding te verschijnen en haar standpunt kenbaar te maken.
[appellante] heeft wel de bewindvoerders van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] doen oproepen, maar haar eigen bewindvoerder heeft zij, in weerwil van wat in het tussenarrest was overwogen en beslist, niet doen oproepen. Nu de bewindvoerder van [appellante] niet is opgeroepen en niet in rechte is verschenen en [appellante] zelf geen formele procespartij kan zijn geldt dat zij niet-ontvankelijk is in het door haar ingestelde hoger beroep.
Als in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. Die kosten zullen worden vastgesteld op € 318,- griffierecht aan de zijde van [geïntimeerde1] en € 1.074,- aan salaris advocaat ( [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] gezamenlijk, 1 punt tarief II).
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 318,- aan griffierecht aan de zijde van [geïntimeerde1] en € 1.074,- aan salaris advocaat ( [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] gezamenlijk).
Dit arrest is gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, mr. H. de Hek en mr. O.E. Mulder en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.