Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:5135Zaaknummer 200.259.913
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 juni 2019
- Publicatiedatum
- 11 juli 2019
- Zaaknummer
- 200.259.913
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verwijzing van de zaak wegens betrokkenheid hof.
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof: 200.259.913
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 425424)
arrest van 18 juni 2019
in de zaak van
[appellant] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nedfiber B.V.,
kantoorhoudende te Venlo,
appellant,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. B.P.W. van Brink,
tegen:
1 [geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
2. [geïntimeerde],
zonder bekende vaste woon- en of verblijfplaats in Nederland,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Readen Infra B.V.,
gevestigd te Hilversum,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Readen Investment Ltd,
gevestigd te Tsuan Wan, Hong Kong,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [geïntimeerden],
niet verschenen.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 20 februari 2019 dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht heeft gewezen.
2 2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 13 mei 2019;
- het aanbrengen van de zaak bij dit hof door [appellant] op de in die dagvaarding aangezegde roldatum 4 juni 2019;
- de verstekverlening tegen [geïntimeerden] op die roldatum;
- de verwijzing van de zaak naar de rol voor het wijzen van arrest.
3 De beoordeling
Het hof heeft kennis genomen van het feit dat een van partijen, [appellant], raadsheer-plaatsvervanger is bij dit hof.
Nu het hof op deze wijze betrokkenheid bij de zaak heeft, zal het hof op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam, welk hof voor dit doel is aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 11037.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.