Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4884Zaaknummer 200.256.160/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Publicatiedatum
- 12 juni 2019
- Zaaknummer
- 200.256.160/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijk appèl. Hof kan de zaak niet naar behoren behandelen nu de appellant verzuimt de stukken uit eerste aanleg in te dienen. Het handelen van appellant is in strijd met de goede procesorde.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 juni 2019 in bijzijn van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingslocatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.256.160/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/155865 / FA RK 17-959)
beschikking van de enkelvoudige familiekamer van 4 juni 2019
in de zaak van
[appellant],
wonende te [A],
appellant,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. J. Pieters, kantoorhoudende te Sneek,
tegen
[B], h.o.d.n. [C],
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van
[geïntimeerde],
wonende te [D],
geïntimeerde,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. L.M. Ligtvoet-van Tuijn, kantoorhoudende te Dokkum.
Het geding in eerste aanleg en in hoger beroep
Het verloop van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep blijkt uit:
- de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018;
- het op 12 maart 2019 ingediende beroepschrift.
De motivering van de beslissing
1. Bij brief van 12 april 2019 heeft het hof appellant verzocht een aantal (in feite: alle) stukken uit de eerste aanleg, zoals in die brief opgesomd, vóór 26 april 2019 aan het hof te doen toekomen. Op 1 mei 2019 heeft het hof gerappelleerd en een nadere termijn verleend voor indiening van de bedoelde stukken tot 15 mei 2019. Op 20 mei 2019 heeft het hof partijen opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling op 29 mei 2019 ter beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek, zoals bedoeld in artikel 1.2.7 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven. Op die zitting is niemand verschenen; de vrouw en haar advocaat hadden hun afwezigheid tevoren laten weten.
2. Tot op heden heeft appellant geen van de opgevraagde stukken ingediend.
3. Ingevolge artikel 1.2.6 van genoemd procesreglement dient de appellant alle stukken uit de procedure in eerste aanleg over te leggen alvorens de procedure in hoger beroep wordt voortgezet. Door dit niet te doen - hoewel hij daartoe herhaaldelijk in de gelegenheid is gesteld - geeft de man het hof niet de mogelijkheid de zaak naar behoren te behandelen en te beoordelen. Daarnaast is het hof verantwoordelijk voor een behoorlijk procesmanagement en voor een goede voortgang in de zaak. Het een en ander brengt naar het oordeel van het hof mee dat het handelen van de man in strijd is met een goede procesorde.
4. Daarom zal beslist worden als volgt.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 juni 2019 in bijzijn van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.