Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 april 2016

ECLI:NL:GHARL:2016:2953Zaaknummer WAHV 200.157.210

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13 april 2016
Publicatiedatum
22 augustus 2016
Zaaknummer
WAHV 200.157.210
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Officiersappel. Tussenarrest. De officier van justitie voert aan dat de schriftelijke beslissing van de kantonrechter van 19 februari 2014 niet overeenkomt met de mondeling ter zitting van 5 februari 2014 gegeven uitspraak. In het dossier bevindt zich geen proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014. Het hof draagt de griffier van de rechtbank op dit proces-verbaal alsnog aan het hof te verstrekken.

Beslissing

Het gerechtshof:

draagt de griffier van de rechtbank op om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014 aan de griffier van het hof te verstrekken;

houdt iedere verder beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De beslissing van de kantonrechter
  2. Het procesverloop
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

WAHV 200.157.210

13 april 2016

CJIB 164222975

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Tussenarrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 19 februari 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 390,- opgelegd ter zake van “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 11 juli 2012 met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft bij beslissing van 19 februari 2014 het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigd.

3. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de schriftelijke beslissing van de kantonrechter niet overeenkomt met de uitspraak die de kantonrechter mondeling ter zitting van 5 februari 2014 heeft uitgesproken.

4. Het hof stelt vast dat er zich geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter in het dossier bevindt. Het hof ziet in de stelling van de officier van justitie aanleiding de griffier van de rechtbank op te dragen het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014 aan de griffier van het hof te verstrekken teneinde dat proces-verbaal aan het dossier toe te voegen.

5. Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het gerechtshof:

draagt de griffier van de rechtbank op om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014 aan de griffier van het hof te verstrekken;

houdt iedere verder beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.