Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 oktober 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:8033Zaaknummer 200.149.038-01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2014
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2014
- Zaaknummer
- 200.149.038-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2014:8162 Beschermingsbewind. Bewindvoerder verzoekt machtiging tot schenking van de tijdelijk verhoogde belastingvrije som van € 100.000,-- aan ieder van de personen die volgens bewindvoerder mogelijk erfgenaam zijn.
3 De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter te Lelystad van 11 maart 2014, voor zover daartegen hoger beroep is ingesteld;
machtigt de bewindvoerder tot betaling van € 2.680,- aan zichzelf, ten laste van het vermogen van [belanghebbende], wegens door de bewindvoerder gemaakte reiskosten in 2013;
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. M.E.L. Fikkers en mr. I.A. Vermeulen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op vrijdag 17 oktober 2014.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.149.038/01
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, in BM nr. 6996:
-2618465 BH VERZ 13-8243
-2618475 BH VERZ 13-8244
-2618475 BH VERZ 13-8245)
beschikking van de eerste kamer d.d. 17 oktober 2014 op verzoeken tot het verlenen van machtiging
ingediend door:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: verzoekster,
hierna: de bewindvoerder,
advocaat: mr. I.M.G. Maste, kantoorhoudende te Almere,
als mentor en bewindvoerder over het vermogen van:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
hierna: [belanghebbende],
niet opgeroepen.
Het hof neemt de inhoud van de tussenbeschikking van 26 september 2014 hier over.
1 Het verdere verloop van de procedure
Bij voormelde tussenbeschikking is de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om diverse aan haar gestelde vragen te beantwoorden, alvorens het hof verder zou beslissen.
Bij akte van 10 oktober 2014 heeft de bewindvoerder laten weten dat deze beantwoording haar zoveel werk zou gaan kosten, dat zij haar grieven 1 tot en met 5, die betrekking hebben op de voorgenomen schenkingen, intrekt. Haar grief 6 is reeds besproken in het tussenarrest.
De bewindvoerder verzoekt thans om eindbeschikking.
2 De verdere beoordeling
Nu de grieven 1 tot en met 5 alsnog zijn ingetrokken, behoeven deze geen nadere bespreking.
Zoals reeds in het tussenarrest is overwogen, is grief 6 ongegrond voor zover daarmee werd beoogd dat de bewindvoerder een machtiging zou verkrijgen voor een hogere vergoeding, dan wel een vergoeding voor extra gemaakte uren.
De beschikking van de kantonrechter kan dan ook, voor zover daartegen hoger beroep is ingesteld, worden bekrachtigd. De beschikking wordt aangevuld met een machtiging voor uitbetaling van reiskosten die de bewindvoerder in 2013 heeft gemaakt, zoals reeds overwogen onder 3.17 van de tussenbeschikking van 26 september 2014.
3 De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter te Lelystad van 11 maart 2014, voor zover daartegen hoger beroep is ingesteld;
machtigt de bewindvoerder tot betaling van € 2.680,- aan zichzelf, ten laste van het vermogen van [belanghebbende], wegens door de bewindvoerder gemaakte reiskosten in 2013;
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. M.E.L. Fikkers en mr. I.A. Vermeulen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op vrijdag 17 oktober 2014.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.