Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 24 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2966Zaaknummer 23-000600-24
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23-000600-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eindezaakverklaring vanwege een in het kader van een mediation tussen de verdachte en het slachtoffer bereikte positieve uitkomst.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart dat de zaak is geëindigd vanwege een in het kader van een mediation tussen de verdachte en het slachtoffer bereikte positieve uitkomst.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. A.W.T. Klappe en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 september 2026.
Mr. A.W.T. Klappe en mr. A. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000600-24
datum uitspraak: 24 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-277622-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
adres: [adres].
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte voor het tenlastegelegde schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Voorts is een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting in hoger beroep van 24 september 2026, het onderzoek op de zitting in eerste aanleg, en de schriftelijke uitwisseling van standpunten van de verdediging en het openbaar ministerie met betrekking tot de mogelijkheid van een eindezaakverklaring in hoger beroep.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 19 november 2021 te Amsterdam, althans in Nederland [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met kracht en met beide handen (tegen de grond) te duwen, en/of te slaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
De eindezaakverklaring
Sinds 1 juli 2026 is het voor gerechtshoven mogelijk een eindezaakverklaring uit te spreken. Voorwaarden hiervoor zijn een positief afgerond mediationtraject en het oordeel van het hof dat de zaak zonder verdere inhoudelijke behandeling kan worden beëindigd.
De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht te volstaan met een eindezaakverklaring. Zij heeft hierbij gewezen op het positief verlopen mediationtraject en het feit dat het tenlastegelegde zich inmiddels bijna vijf jaar geleden heeft voorgedaan.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat voortzetting van het onderzoek geen strafvorderlijk belang dient en dat een eindezaakverklaring een gepaste afdoening is in deze zaak. Daartoe heeft zij gewezen op het succesvol afgesloten mediationtraject.
Het hof overweegt als volgt.
Naar aanleiding van het gezamenlijke mediationgesprek op 4 april 2025 hebben de verdachte en de aangeefster (de benadeelde partij) een slotovereenkomst gesloten. Deze slotovereenkomst is op 24 april 2025 door de partijen ondertekend. Hierin is overeengekomen dat de verdachte een schadevergoeding aan de aangeefster zal voldoen. De verdachte heeft de schadevergoeding betaald en op 5 juni 2025 heeft de advocaat van de benadeelde partij de vordering tot schadevergoeding ingetrokken.
Het hof leidt uit het voorgaande en uit dat wat de verdediging en de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep hebben aangevoerd, en in aanmerking genomen de inhoud van de slotovereenkomst, af dat wat betreft de verdachte en de aangeefster deze zaak met de mediation en de daaropvolgende betaling ‘naar tevredenheid is afgesloten’.
Gelet hierop en gelet op de standpunten van de verdediging en de advocaat-generaal, kan de zaak naar oordeel van het hof zonder verdere inhoudelijke behandeling worden beëindigd. Het hof zal daarom verklaren dat de strafzaak tegen de verdachte is geëindigd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart dat de zaak is geëindigd vanwege een in het kader van een mediation tussen de verdachte en het slachtoffer bereikte positieve uitkomst.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. A.W.T. Klappe en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 september 2026.
Mr. A.W.T. Klappe en mr. A. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.