Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam, 1 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2460Zaaknummer 200.368.880/01 en 200.368.880/02
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.368.880/01 en 200.368.880/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vervangende toestemming voor inschrijving op basisschool in woonplaats vader blijft in stand.
Het hof:
In de zaak met zaaknummer 200.368.880/01
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst af het meer of anders verzochte.
In de zaak met zaaknummer 200.368.880/02
wijst het schorsingsverzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M. Overmars en mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier en is op 21 augustus 2026 in verkorte vorm in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummers: 200.368.880/01 en 200.368.880/02
zaaknummer rechtbank: C/15/372554 / FA RK 25-6262
beschikking van de meervoudige kamer van 21 augustus 2026 in de zaak van
[de moeder],
wonende te [plaats A], gemeente [gemeente 1],
verzoekster in hoger beroep en in het incident,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. L.N. Hermes te Noord-Scharwoude,
en
[de vader],
wonende te [plaats B], gemeente [gemeente 2],
verweerder in hoger beroep en in het incident,
hierna: de vader,
advocaat: mr. J.C.I. Veerman te Volendam.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige], hierna: [minderjarige].
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Alkmaar,
hierna: de raad.
1 De zaak in het kort
De zaak gaat over de school waar [minderjarige] (6 jaar) heen gaat.
De rechtbank heeft de vader vervangende toestemming verleend voor inschrijving van [minderjarige] op een school in de woonplaats van de vader. De moeder is het daarmee niet eens en wil dat [minderjarige] op zijn oude school blijft.
2 De procedure in hoger beroep
De moeder is op 12 mei 2026 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van een beschikking van 10 maart 2026 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Noord-Holland (Alkmaar) (hierna: de rechtbank).
Zij heeft daarnaast een verzoek ingediend tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking.
De vader heeft op 6 juli 2026 een verweerschrift in beide zaken ingediend.
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de zijde van de moeder van 28 juli 2026 met bijlagen, en
- een bericht van de zijde van de vader van 5 augustus 2026 met bijlage.
De zitting heeft op 20 augustus 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en
- de raad, vertegenwoordigd door S. Molenaar.
De advocaat van de moeder en de vader hebben op de zitting ieder een pleitnotitie overgelegd.
Gelet op het belang bij een spoedige uitspraak is ter zitting in hoger beroep meegedeeld dat de uitspraak in deze zaak zal worden bepaald op 21 augustus 2026, in de vorm van een verkorte (zogenoemde ‘kop staart’) beschikking die later nog nader zal worden uitgewerkt.
3 De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige], geboren [in] 2020. De relatie van de ouders is verbroken in 2022.
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige].
Bij beschikking van de rechtbank van 8 juli 2022 is, voor zover hier van belang, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder bepaald. Daarnaast is een zorgregeling vastgesteld waarbij [minderjarige] van zondag 10.00 uur tot woensdagochtend 9.00 uur bij de vader verblijft.
Bij beschikking van 21 februari 2023 heeft dit hof de beslissingen over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling bekrachtigd.
In aanvulling op de reguliere zorgregeling heeft het hof een regeling getroffen voor de verdeling van de zorg tijdens de vakanties, feest- en verjaardagen vanaf 13 maart 2024.
Bij beschikking van de rechtbank van 12 november 2025 is, met wijziging van de beschikking van dit hof van 21 februari 2023 in zoverre, een zorgregeling vastgesteld waarbij [minderjarige] van zondag 10.00 uur tot woensdagochtend 9.00 uur bij de vader verblijft, met dien verstande dat [minderjarige] eenmaal per maand een volledig weekend bij de moeder en eenmaal per maand een volledig weekend bij de vader verblijft, waarbij de ouders in onderling overleg afspreken welke vaste weekenden dit zullen zijn.
4 De omvang van het hoger beroep
In de hoofdzaak
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, overeenkomstig het primaire verzoek van de vader en voor zover hier van belang, de vader vervangende toestemming verleend om [minderjarige] met ingang van het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op basisschool [X], gevestigd aan de [A-straat] te [plaats B].
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, het inleidend verzoek van de vader met betrekking tot de inschrijving op de basisschool in [plaats B] af te wijzen.
De vader verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen, al dan niet met verbetering van gronden, en de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure.
In het incident
De moeder verzoekt de werking van de bestreden beschikking te schorsen, naar het hof begrijpt: totdat in de hoofdzaak zal zijn beslist.
Het verweer van de vader strekt tot afwijzing van het verzoek van de moeder.
5 De motivering van de beslissing
In de zaak met zaaknummer 200.368.880/01
Wettelijk kader
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige]. Dit betekent dat beide ouders toestemming moeten geven voor de inschrijving van [minderjarige] op een andere basisschool. Geschillen hierover kunnen ook op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt dan een zodanige beslissing als hem in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.
(nadere overwegingen volgen bij de uitwerking van de beschikking)
6 De beslissing
Het hof:
In de zaak met zaaknummer 200.368.880/01
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst af het meer of anders verzochte.
In de zaak met zaaknummer 200.368.880/02
wijst het schorsingsverzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M. Overmars en mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier en is op 21 augustus 2026 in verkorte vorm in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.