Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 5 augustus 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2179Zaaknummer 200.332.743/02
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- 200.332.743/02
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Verschoning
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verschoningsverzoek
3 De beslissing
De wrakingskamer wijst toe het verzoek van de raadsheer zich van de verdere behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 200.332.743/01 te mogen verschonen.
Deze beslissing is op 5 augustus 2026 gegeven door mr. N. van der Wijngaart,
mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en mr. F.J.P.M. Haas, in tegenwoordigheid van mr. C van der Laan als griffier, en is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GeRechtshof Amsterdam
zaaknummer: 200.332.743/02
zaaknummer hoofdzaak: 200.332.743/01
Beslissing van de wrakingskamer van 5 augustus 2026
op het verzoek tot verschoning van
mr. R.M. de Winter,
raadsheer in het gerechtshof Amsterdam,
hierna: de raadsheer,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met bovengenoemd zaaknummer van:
1 [bedrijf 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1],
2 [apellant],
wonende te [woonplaats]
advocaat mr. J.Ph.de Korte,
appellanten,
tegen
[bedrijf 2] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats 2]
advocaat mr. F.J.M. Hengst
geïntimeerde.
1 Het verschoningsverzoek
De raadsheer heeft op 3 augustus 2026 een verschoningsverzoek ingediend.
In het verschoningsverzoek is naar voren gebracht dat per 15 juni 2026 de
situatie is ontstaan dat zij zich nauw verweven voelt met de functionaris bij [bedrijf 2] die juridische verantwoordelijkheid draagt voor deze procedure en de stukken die in deze procedure worden ingediend, waarover zij zou moeten oordelen. Zij voelt onvoldoende afstand tot deze functionaris om onafhankelijk over de zaak te kunnen oordelen.
2 De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die
zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een
vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees
objectief gerechtvaardigd is.
De aangevoerde omstandigheid vormt een uitzonderlijke omstandigheid als bedoeld in 2.1.
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.
3 De beslissing
De wrakingskamer wijst toe het verzoek van de raadsheer zich van de verdere behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 200.332.743/01 te mogen verschonen.
Deze beslissing is op 5 augustus 2026 gegeven door mr. N. van der Wijngaart,
mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en mr. F.J.P.M. Haas, in tegenwoordigheid van mr. C van der Laan als griffier, en is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.