Uitspraak · Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2026

ECLI:NL:GHAMS:2026:1354Zaaknummer 200.296.434/01 OK

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
200.296.434/01 OK
Rechtsgebied
Civiel recht, Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ondernemingskamer; enquêteprocedure; beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorziening

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 27 juni 2022 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [de Holding], [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap], allen gevestigd te [plaats], alsmede de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Gronden van de beslissing
  3. 3 De beslissing

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.296.434/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 19 mei 2026

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. [zoon A],

wonende te [plaats],

2. [zoon B],

wonende te [plaats],

VERZOEKERS,

advocaat: mr. S.H.O. Aben, kantoorhoudende te Weert,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[de Holding],

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[de werkmaatschappij],

gevestigd te [plaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[de vastgoed vennootschap],

gevestigd te [plaats],

VERWEERSTERS,

e n t e g e n

1. de stichting

[STAK Holding],

gevestigd te [plaats],

2. [vader],

wonende te [plaats],

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J. Roest, kantoorhoudende te Eindhoven.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • verweerster sub 1 als [de Holding];
  • verweerster sub 2 als [de werkmaatschappij];
  • verweerster sub 3 als [de vastgoed vennootschap];
  • H.J.W.M. Kuijpers RA RV als de OK bestuurder.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 en 29 juni 2022 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [de Holding], [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap] over de periode vanaf 3 mei 2013, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – H.J.W.M. Kuijpers RA RV benoemd tot bestuurder van [de Holding], [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap].

1.3

Bij e-mailbericht van 6 mei 2026 heeft de OK bestuurder de Ondernemingskamer laten weten dat het aan de enquêteprocedure ten grondslag liggende geschil inmiddels is opgelost en dat hij zich per 11 maart 2026 bij de Kamer van Koophandel heeft uitgeschreven als bestuurder.

1.4

Bij e-mailbericht van 8 mei 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer mr. Aben bericht dat zij van de OK bestuurder heeft vernomen dat het geschil dat ten grondslag lag aan het enquêteverzoek inmiddels tussen partijen is opgelost en dat de Ondernemingskamer er bij die stand van zaken, behoudens tegenbericht, vanuit gaat dat de enquêteprocedure en de daarin getroffen onmiddellijke voorzieningen kunnen worden beëindigd.

1.5

Tegenbericht is niet gekomen.

2 Gronden van de beslissing

Nu het geschil dat ten grondslag lag aan het enquêteverzoek tussen partijen is opgelost, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer het bij beschikking van 27 juni 2022 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 27 juni 2022 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [de Holding], [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap], allen gevestigd te [plaats], alsmede de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.