Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 20 januari 2026

ECLI:NL:GHAMS:2026:1002Zaaknummer 23-001112-25

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
23-001112-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met dien verstande.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.J Hofstee, mr. D.A.C. Koster en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 januari 2026.

Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Vonnis waarvan beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001112-25

datum uitspraak: 20 januari 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-214594-24 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) op [geboortedag] 2000,

ter terechtzitting opgegeven adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat:

  • het hof de kwalificatie, gelet op de bewezenverklaring, verbeterd leest als: “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen”, omdat de strafverzwarende omstandigheid dat de openlijke geweldpleging enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, niet tenlastegelegd is en daarom ook niet bewezen is verklaard;
  • het feit dat het door de verdachte in vereniging gepleegde geweld lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, in aanmerking wordt genomen bij de bepaling van de straf.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.J Hofstee, mr. D.A.C. Koster en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 januari 2026.

Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.