Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Amsterdam, 9 december 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3296Zaaknummer 200.355.954/01
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Publicatiedatum
- 11 december 2025
- Zaaknummer
- 200.355.954/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Terugbetaling waarborgsom. In hoger beroep is voldoende onderbouwd dat de waarborgsom door de huurder is betaald.
Het hof:
vernietigt het bestreden eindvonnis en doet opnieuw recht:
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 3.600,- aan waarborgsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023;
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste
aanleg worden tot nu vastgesteld op € 359,22 aan verschotten en € 677,50 aan salaris advocaat. De kosten voor het hoger beroep worden tot nu vastgesteld op € 1.342,35;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, F.J. van de Poel en F. Sepmeijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)
zaaknummer: 200.355.954/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland: 11216471 / CV EXPL 24- 2359
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 december 2025
in de zaak van
[appellant],
h.o.d.n. Happy Results en m.h.o.d.n. HR United
wonend in [plaats 1], gemeente [plaats 2],
appellante,
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss te Harderwijk,
tegen
[geïntimeerde] B.V.,
gevestigd te [plaats 3],
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1 De zaak in het kort
In deze zaak vordert [appellant] terugbetaling van een waarborgsom van [geïntimeerde]. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de waarborgsom aan (de makelaar van) [geïntimeerde] was betaald. In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde] overgelegd waaruit blijkt dat de waarborgsom wel aan die makelaar is betaald. Het hof wijst de vorderingen alsnog toe.
2 Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 27 mei 2025, met producties, in hoger beroep gekomen van vonnissen van 27 november 2024 en 5 maart 2025 van de kantonrechter te Alkmaar (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.
Tegen [geïntimeerde] is in hoger beroep verstek verleend.
[appellant] heeft een memorie van grieven, met een productie, ingediend en heeft vervolgens om arrest gevraagd.
3 Feiten
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
Tussen [appellant] als huurster en [geïntimeerde] als verhuurster heeft van 1 februari 2014 tot 1 november 2023 een huurovereenkomst bestaan. Bij het sluiten van de huurovereenkomst werden beide partijen bijgestaan door een makelaar.
[appellant] heeft [geïntimeerde] na afloop van de huurovereenkomst om terugbetaling van de waarborgsom van € 3.600,- verzocht. [geïntimeerde] heeft daarop geantwoord dat zij de waarborgsom nooit ontvangen heeft.
4 Procedure bij de kantonrechter
Samengevat heeft [appellant] bij de kantonrechter gevorderd om [geïntimeerde], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, te veroordelen tot betaling aan haar van € 3.600,- aan waarborgsom en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten.
De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen omdat volgens haar niet was komen vast te staan dat (de makelaar van) [appellant] de waarborgsom aan de makelaar van [geïntimeerde] had (door)betaald.
5 Vordering in hoger beroep
[appellant] vordert vernietiging van de bestreden vonnissen althans van het bestreden eindvonnis en alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - toewijzing van haar vordering tot betaling van € 3.600,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023 en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.
6 Beoordeling
Het hof ziet aanleiding de grieven gezamenlijk te bespreken. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de waarborgsom aan (de makelaar) van [geïntimeerde] is betaald.
In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde] overgelegd met nummer 201401 waarop een waarborgsom van € 3.600,- en € 756,- aan btw
in rekening is gebracht. Op de factuur, die gericht is aan [appellant], is vermeld: ‘Reeds betaald € 3.600,-- dus nog te betalen € 756,-- op rekeningnummer (…)’. Volgens het hof kan uit deze factuur, waarvan de juistheid niet is weersproken, worden afgeleid dat [appellant] de waarborgsom wel degelijk aan (de makelaar van) [geïntimeerde] heeft betaald.
Dat betekent dat het hoger beroep succes heeft. Het bestreden eindvonnis zal worden vernietigd. Bij vernietiging van het bestreden tussenvonnis heeft [appellant] geen belang.
[geïntimeerde] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:
- explootkosten € 122,35
- griffierecht € 362,-
- salaris advocaat € 858,-
Totaal € 1.342,35
7 Beslissing
Het hof:
vernietigt het bestreden eindvonnis en doet opnieuw recht:
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 3.600,- aan waarborgsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023;
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste
aanleg worden tot nu vastgesteld op € 359,22 aan verschotten en € 677,50 aan salaris advocaat. De kosten voor het hoger beroep worden tot nu vastgesteld op € 1.342,35;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, F.J. van de Poel en F. Sepmeijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.