Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Amsterdam, 16 juli 2024

ECLI:NL:GHAMS:2024:2003Zaaknummer 200.322.059/01 en 200.332.666/01

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16 juli 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
200.322.059/01 en 200.332.666/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

het hof ziet af van het uitoefenen van de bevoegdheid om kennis te nemen van het onderhavige geschil en verwijst de zaak naar de Poolse rechter.

Het hof:

ziet af van het uitoefenen van de bevoegdheid om kennis te nemen van het onderhavige geschil;

verwijst de zaak naar de onder 1.3 genoemde rechter te Polen.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, mr. J.M.C. Louwinger-Rijk en mr. M.E. Burger, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 16 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. F. Kleefmann.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
  2. 2 De motivering van de beslissing in beide zaken
  3. 3 De beslissing in beide zaken

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummers: 200.322.059/01 en 200.332.666/01

Zaaknummers rechtbank: C/13/668642 / FA RK 19-3946 en C/13/701080 / FA RK 21-2644

Beschikking van de meervoudige kamer van 16 juli 2024 in de zaak van

[de man],

wonende te [plaats A],

verzoeker in het (principaal) hoger beroep in beide zaaknummers,

verweerder in het incidenteel hoger beroep in zaaknummer 200.322.059/01,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. M.B. Chylinska te Zaandam,

en

[de vrouw],

wonende te [plaats B], Polen,

verweerster in het (principaal) hoger beroep in beide zaaknummers,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep in zaaknummer 200.322.059/01,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. A.G. de Jong te Den Haag.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

- de minderjarige [minderjarige 1] (verder te noemen: [minderjarige 1] ),

- de minderjarige [minderjarige 2] (verder te noemen: [minderjarige 2] ).

Als informant is aangemerkt:

- de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (verder te noemen: de GI).

In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie [plaats A],

verder te noemen: de raad.

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Het hof heeft op 19 december 2023 een tussenbeschikking gegeven. Voor het procesverloop tot die datum wordt verwezen naar die tussenbeschikking. Bij de tussenbeschikking heeft het hof overwogen dat het voornemens is de zaak over te dragen aan de Poolse rechter. Het hof heeft daarom, door tussenkomst van de Liaisonrechter en de Poolse Centrale autoriteit, de bevoegde Poolse rechter verzocht de bevoegdheid om over de onderhavige kwestie te oordelen over te nemen.

1.2

De Sąd Rejonowy dla miasta stołecznego Warszawy w Warszawie (rechter in eerste aanleg voor de hoofdstad Warschau in Warschau), Sector Familie en Minderjarigen, deed op grond van artikel 76 van Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering, via het Ministerie van Justitie een afschrift van de beschikking d.d. 3 juni 2024 in de zaak betreffende de minderjarige [minderjarige 1], geboren [in] 2015, en [minderjarige 2], geboren op [in] 2017, toekomen aan de bevoegde Nederlandse autoriteiten.

1.3

De vertaalde beslissing van 3 juni 2024 van de Poolse rechter luidt als volgt:

De Sąd Rejonowy dla miasta stołecznego Warszawy w Warszawie, Sector 4 Familie en Minderjarigen, samengesteld als volgt:

Voorzitter: rechter Joanna Dolecka

heeft na behandeling op 3 juni 2024 te Warschau ter zitting achter gesloten deuren

van de ambtshalve zaak met deelname van [de vrouw] en [de man]

over de overdracht van bevoegdheid voor het doen van uitspraak in de zaak van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

besloten:

de bevoegdheid van de Poolse rechter voor het behandelen van de voogdijzaak betreffende de minderjarigen [minderjarige 1], geboren [in] 2015, en [minderjarige 2], geboren [in] 2017, te aanvaarden.

2 De motivering van de beslissing in beide zaken

2.1

Uit de onder 1.3 weergegeven beslissing blijkt dat de Poolse rechter bereid is de rechtsbevoegdheid in deze zaak over te nemen.

2.2

Gelet hierop zal het hof afzien van het uitoefenen van de bevoegdheid om kennis te nemen van het onderhavige geschil en zal het hof, mede gelet op de e-mailberichten van genoemde Liaisonrechter en de Poolse Centrale autoriteit, de zaak overdragen aan de Poolse rechter.

3 De beslissing in beide zaken

Het hof:

ziet af van het uitoefenen van de bevoegdheid om kennis te nemen van het onderhavige geschil;

verwijst de zaak naar de onder 1.3 genoemde rechter te Polen.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, mr. J.M.C. Louwinger-Rijk en mr. M.E. Burger, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 16 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. F. Kleefmann.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.