Uitspraak · Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam, 2 mei 2024

ECLI:NL:GHAMS:2024:1279Zaaknummer 200.324.502/01 OK

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
2 mei 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
200.324.502/01 OK
Rechtsgebied
Civiel recht, Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OK; enquête; onderzoeksbudget

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 De gronden van de beslissing
  3. 3 De beslissing

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.324.502/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 mei 2024

inzake

de besloten vennootschap naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten

ADS SECURITIES LLC,

statutair gevestigd te Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. V.R. Vroom en mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de naamloze vennootschap

SEQUA PETROLEUM N.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. W.M. Smelt, mr. S.V. Stephenson en mr. J. van Hemel, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

[A],

wonende te [....],

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudende te Rotterdam.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

verzoekster als ADS;

verweerster als Sequa.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 13 juli 2023 en 20 juli 2023 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Sequa over de periode vanaf 26 februari 2020 tot 1 juni 2023, drs. J.M. Leopold benoemd tot commissaris van Sequa met beslissende stem en mr. R.J.W. Analbers (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.

1.1

De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 april 2024 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten en een onderzoeksprotocol aan de Ondernemingskamer toegezonden.

1.2

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij e-mail van 10 april 2024 in de gelegenheid gesteld zich desgewenst uit te laten over de begroting van de kosten.

1.3

Bij e-mail van 17 april 2024 heeft de advocaat van ADS de Ondernemingskamer bericht geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de begroting van de kosten. De advocaat van Sequa heeft bij e-mail van eveneens 17 april 2024 de Ondernemingskamer bericht dat Sequa de kostenbegroting niet passend vindt, gelet op de mate waarin Sequa in haar processtukken en tijdens de mondelinge behandeling van het enquêteverzoek al in detail opening van zaken heeft gegeven ten aanzien van de onderwerpen waarover ADS in deze procedure haar bezwaren heeft geuit. De Ondernemingskamer heeft ondanks die opening van zaken ten aanzien van bepaalde onderwerpen geoordeeld dat de gegeven toelichting vragen heeft doen rijzen. Die vragen zijn volgens Sequa van dien aard dat die zonder een uitgebreid onderzoek kunnen worden beantwoord. Verder stelt Sequa dat zij op dit moment niet over de financiële middelen beschikt om het verschil tussen het reeds betaalde voorschot van € 40.000 en de begrote kosten van het onderzoek te betalen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot en opgave gedaan van zijn uurtarief en dat van de door hem in te schakelen hulppersonen. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 75.000 exclusief btw.

2.2

De Ondernemingskamer ziet in de bezwaren van Sequa geen aanleiding om het onderzoeksbudget op een lager bedrag vast te stellen dan door de onderzoeker is begroot. Het is aan de onderzoeker om te beoordelen of een uitgebreid onderzoek noodzakelijk is of dat met een beperkter onderzoek kan worden volstaan. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is voorshands onvoldoende aannemelijk dat Sequa niet in staat zal zijn de kosten van het onderzoek te betalen; zij roept verder in herinnering dat in haar beschikking van 13 juli 2023 is bepaald dat Sequa voor de betaling van de onderzoekskosten ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van zijn werkzaamheden zekerheid moet stellen. Nu de begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voorkomen, zal de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 75.000 exclusief btw.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2024.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.