Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 30 oktober 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3388Zaaknummer 23-000331-23
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 19 december 2023
- Zaaknummer
- 23-000331-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aantekening mondeling arrest. Bevestiging vonnis van de rechtbank (96-217499-21) behalve ten aanzien van de opgelegde straf. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf van 40 uren.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. A.R.O. Mooy, in bijzijn van mr. S. Maerman, griffier.
mr. A.R.O. Mooy
De verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Volledige tekst
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg: 96-217499-21
parketnummer hoger beroep: 23-000331-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 30 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 januari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1996 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01].
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. A.R.O. Mooy, in bijzijn van mr. S. Maerman, griffier.
mr. A.R.O. Mooy
De verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.