Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 2 maart 2022

ECLI:NL:GHAMS:2022:1236Zaaknummer 13-230471-21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
13-230471-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OM-apppel. Het hof acht anders dan de rechtbank recidivegevaar aanwezig gelet op de betrokkenheid bij grootschalige handel in cocaïne en het witwassen van grote geldbedragen gedurende een lange periode.

Het hof:

VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.

WIJST TOE de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 2 maart 2022 in raadkamer van dit hof door

mr. J.W.P. van Heusden, voorzitter,

mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en R.A.E. van Noort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 2 maart 2022,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De feiten en de rechtsgang
  2. De beoordeling
  3. De beslissing

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

wonende te [adres],

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2022, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voornoemd.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2022, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. E.G.S. Roethof.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich niet met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Met betrekking tot de ernstige bezwaren verwijst het hof naar de motivering van de rechter-commissaris van 4 februari 2022 en neemt deze over.

Anders dan de rechtbank acht het hof recidivegevaar aanwezig. De door het hof aangenomen ernstige bezwaren zien onder meer op betrokkenheid bij grootschalige handel in cocaïne en het witwassen van grote geldbedragen gedurende een lange periode. Daarbij is gebruik gemaakt van cryptotelefoons. Bij de aanhouding van de verdachte zijn bij hem drie cryptotelefoons aangetroffen, wat sterke aanwijzingen oplevert dat de verdachte zich ook op dat moment nog bezighield met soortgelijke criminaliteit. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er een gerede kans bestaat dat de verdachte zijn criminele activiteiten ook thans zal voortzetten. Om die reden zal het hof het hoger beroep van het openbaar ministerie toewijzen.

Hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen staat in de weg aan een schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De door de verdachte aangevoerde persoonlijke belangen bij zijn invrijheidstelling zijn niet klemmend genoeg om te prevaleren boven het maatschappelijk belang bij voortduring van zijn voorlopige hechtenis. Het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

De beslissing

Het hof:

VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.

WIJST TOE de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 2 maart 2022 in raadkamer van dit hof door

mr. J.W.P. van Heusden, voorzitter,

mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en R.A.E. van Noort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 2 maart 2022,

de advocaat-generaal

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.