Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 26 februari 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:631Zaaknummer 15-024396-20
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 februari 2020
- Publicatiedatum
- 9 maart 2020
- Zaaknummer
- 15-024396-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
opheffing voorlopige hechtenis wegens gebrek aan gronden
Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 26 februari 2020 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. M.L. Leenaers en A.E. Kleene-Krom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong en B. Berberoglu als griffier.
15-024396-20
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 26 februari 2020,
de advocaat-generaal
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
15-024396-20
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 5 februari 2020, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 6 februari 2020, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. G. Kaaij.
De beoordeling
Het hof verenigt zich niet met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Het hof acht voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor het feit op de vordering inbewaringstelling.
Gelet op de omstandigheid dat niet is gebleken van eerdere betrokkenheid van de verdachte bij soortgelijke strafbare feiten acht het hof geen gevaar voor recidive aanwezig. Bij gebreke van andere gronden voor voorlopige hechtenis zal het hof het bevel gevangenhouding daarom vernietigen en de voorlopige hechtenis opheffen.
De beslissing
Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 26 februari 2020 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. M.L. Leenaers en A.E. Kleene-Krom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong en B. Berberoglu als griffier.
15-024396-20
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 26 februari 2020,
de advocaat-generaal
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.