Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 1 mei 2020

ECLI:NL:GHAMS:2020:4137Zaaknummer 23-000022-20

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
23-000022-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging. Verdachte is overleden.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van

mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

1 mei 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Vonnis waarvan beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000022-20

datum uitspraak: 1 mei 2020

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-211010-19 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) op [geboortedag] 1953,

laatstelijk gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

1 mei 2020.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof heeft van de advocaat-generaal ontvangen een afschrift van een akte van overlijden, op

31 maart 2020 opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam, waaruit blijkt dat de verdachte op [datum] 2020 te [plaats] is overleden.

Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering tegen deze verdachte vervallen en dient het Openbaar Ministerie – overeenkomstig zijn vordering – niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van

mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

1 mei 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.