Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 29 mei 2020

ECLI:NL:GHAMS:2020:1658Zaaknummer 23-004863-13 / 000308-19

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
26 juni 2020
Zaaknummer
23-004863-13 / 000308-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking ex art. 577c lid 1 Sv (vordering lijfsdwang). Afwijzing vordering. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering wordt afgewezen, nu de verdachte naar verwachting geruime tijd in detentie zal doorbrengen vanwege een andere strafzaak.

Het hof:

Wijst af de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de veroordeelde.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.L. Bruinsma en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, is door de voorzitter en de griffier ondertekend en is op 29 mei 2020 ter openbare zitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesgang
  2. Beoordeling
  3. Beslissing

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Parketnummer: 23-004863-13

Rekestnummer: 000308-19

Datum uitspraak: 29 mei 2020

Beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 15 maart 2019 op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

adres: [adres],

bijgestaan door mr. S. Konya, advocaat te Amsterdam.

Procesgang

Bij arrest van dit gerechtshof van 27 februari 2015 is aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot het betalen aan de Staat van een geldbedrag van € 31.564,00 ter ontneming van het door hem verkregen wederrechtelijk voordeel.

Bij arrest van de Hoge Raad van 12 april 2016 is de veroordeelde in zijn cassatieberoep tegen voornoemd arrest van dit hof niet-ontvankelijk verklaard. De ontnemingsmaatregel is daarmee op 12 april 2016 onherroepelijk geworden.

Ter invordering van het bedrag van de betalingsverplichting is conservatoir beslag gelegd op een personenauto (08-GN-SG), die bij verkoop een bedrag van € 4.012,00 heeft opgebracht. De hierover opgebouwde rente bedraagt € 525,57. Het openstaande bedrag is hierdoor verminderd tot € 27.026,43.

De advocaat-generaal heeft op 15 maart 2019 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv voor de duur van 180 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege de nog openstaande vordering van € 27.026,43.

Het hof heeft de vordering behandeld in raadkamer van 15 mei 2020, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en namens de veroordeelde mr. S. Konya, advocaat te Amsterdam.

Beoordeling

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering wordt afgewezen, nu de verdachte naar verwachting geruime tijd in detentie zal doorbrengen vanwege een andere strafzaak.

De raadsman heeft eveneens verzocht de vordering af te wijzen.

Gelet op deze wederzijdse standpunten zal het hof de vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang afwijzen.

Beslissing

Het hof:

Wijst af de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de veroordeelde.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.L. Bruinsma en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, is door de voorzitter en de griffier ondertekend en is op 29 mei 2020 ter openbare zitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 577c Sv

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.