Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 6 maart 2019

ECLI:NL:GHAMS:2019:849Zaaknummer 23-000418-18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
6 maart 2019
Publicatiedatum
14 juni 2019
Zaaknummer
23-000418-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

geen medische gronden voor schorsen voorlopige hechtenis.

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 6 maart 2019,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De feiten en de rechtsgang
  2. De beoordeling
  3. De beslissing

23-000418-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[appellant]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres],

thans verblijvende te PI Zuyderbos te Heerhugowaard.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de

voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van

31 januari 2018.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 6 maart 2019 gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. B.C. Swier.

De beoordeling

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte in detentie niet de medische hulp krijgt die hij nodig heeft in de situatie waarin hij nu verkeert. Het hof is niet gebleken dat de verdachte op medische gronden als detentieongeschikt moet worden aangemerkt. Een nadere onderbouwing van de stelling van de verdachte dat hij de voor hem benodigde fysiotherapeutische hulp alleen buiten detentie kan krijgen, door bijvoorbeeld een brief van de orthopeed of fysiotherapeut, ontbreekt.

Voorts heeft het Hoofd Zorg van de penitentiaire inrichting Heerhugowaard per e-mail bericht van heden laten weten dat verdachte geen andere medische begeleiding nodig heeft dan hij op dit moment al krijgt. Het hof gaat er van uit dat hiermee voldoende adequaat in de medische zorg voor de verdachte is voorzien. Het belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis weegt in die omstandigheden niet op tegen het maatschappelijk belang om recidive te voorkomen.

23-000418-18

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 6 maart 2019,

de advocaat-generaal

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.