Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Amsterdam, 19 november 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:4132Zaaknummer 200.257.992/01
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 november 2019
- Publicatiedatum
- 13 april 2021
- Zaaknummer
- 200.257.992/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep, Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2019:625. Voeging met zaaknummer 200.266.737/01 op grond van art. 222 lid 1 Rv.
Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.266.737/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 3 december 2019 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J.W. Hoekzema en J.F. Aalders en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.257.992/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/640159 / HA ZA 17-1344
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 november 2019
inzake
MODALFA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M. van Weeren te Amsterdam,
tegen
1 LAUNDRY BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [geïntimeerde 2],
wonende te Amsterdam,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. Y. Benjamins te Amsterdam.
Partijen worden hierna Modalfa en Laundry c.s. genoemd. Laundry c.s. worden hierna ieder afzonderlijk ook Laundry en [geïntimeerde 2] genoemd.
1 Het geding in hoger beroep
Modalfa is bij dagvaarding van 18 maart 2019 in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis in van 30 januari 2019, gewezen tussen Modalfa als eiseres en Laundry c.s. als gedaagden.
Modalfa heeft bij memorie van grieven zes grieven geformuleerd, bewijs aangeboden en producties overgelegd, met conclusie als aan het slot van die memorie vermeld.
[geïntimeerde 2] heeft bij memorie van antwoord tevens houdende incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.266.737/01 tussen [geïntimeerde 2] als appellant en [X] als geïntimeerde.
Modalfa heeft daarop in het incident geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
2 Beoordeling
in het incident tot voeging
[geïntimeerde 2] heeft voeging gevorderd op de grond dat de zaken verknocht zijn. Ook de rechtbank heeft beide zaken in eerste aanleg gelijktijdig behandeld en beslist. Modalfa heeft zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Uit hetgeen [geïntimeerde 2] heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv is voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen.
3 Beslissing
Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.266.737/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 3 december 2019 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J.W. Hoekzema en J.F. Aalders en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.