Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Amsterdam, 24 september 2019

ECLI:NL:GHAMS:2019:3549Zaaknummer 200.235.415/01

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
28 januari 2020
Zaaknummer
200.235.415/01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbetering van arrest van 30 juli 2019. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:1031 en ECLI:NL:GHAMS:2019:2815.

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 30 juli 2019 uitgesproken arrest aldus dat in de laatste zin van rechtsoverweging 3.5 in plaats van “Voor zover [geïntimeerden] heeft gesteld” wordt gelezen “Voor zover [appellanten] heeft gesteld”;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, J.C. Toorman en A.E. Oderkerk en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 september 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in hoger beroep
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.235.415/01

zaaknummer/rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/15/245661 / HA ZA 16-426

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 september 2019

inzake

1 [appellant],

2. [appellante],

beiden wonend te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. P. Rijpstra te Den Haag,

tegen

1 [geïntimeerde 1],

2. [geïntimeerde 2],

beiden wonend te [woonplaats] (rechtsopvolgers van [persoon 1] en [persoon 2]),

geïntimeerden,

advocaat: mr. L.F.M. Meles te Haarlem.

Partijen worden hierna gemakshalve in enkelvoud [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Het hof heeft in deze zaak op 30 juli 2019 een arrest uitgesproken. Bij e-mail van 31 juli 2019 heeft mr. Meles voornoemd zich namens [geïntimeerden] op het standpunt gesteld dat de laatste zin van rechtsoverweging 3.5 een kennelijke verschrijving bevat waar deze aanvangt met de woorden “Voor zover [geïntimeerden] heeft gesteld dat dit recht van erfdienstbaarheid (…)”, omdat dit onmiskenbaar “[appellanten]” moet zijn. Zij heeft het hof om verbetering daarvan verzocht. Mr. Rijpstra voornoemd heeft vervolgens bij brief van 26 augustus 2019 namens [appellanten] hierop gereageerd met de mededeling dat mr. Meles terecht heeft opgemerkt dat de naam [geïntimeerden] is gebruikt op een plaats waar het hof [appellanten] had moeten schrijven, en dat dus geen bezwaar bestaat tegen de gevraagde rectificatie.

2 De beoordeling

Het hof constateert dat de laatste zin van rechtsoverweging 3.5 een kennelijke fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent, nu deze zin abusievelijk aanvangt met de woorden “Voor zover [geïntimeerden] heeft gesteld”, waar dit dient te zijn “Voor zover [appellanten] heeft gesteld”. Het hof zal deze kennelijke fout daarom verbeteren.

3 De beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 30 juli 2019 uitgesproken arrest aldus dat in de laatste zin van rechtsoverweging 3.5 in plaats van “Voor zover [geïntimeerden] heeft gesteld” wordt gelezen “Voor zover [appellanten] heeft gesteld”;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, J.C. Toorman en A.E. Oderkerk en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 september 2019.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.