Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 23 mei 2019

ECLI:NL:GHAMS:2019:2287Zaaknummer 23-004399-18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23 mei 2019
Publicatiedatum
12 augustus 2019
Zaaknummer
23-004399-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak bedreiging. Ruim 2 maanden nadat de verdachte de bedreiging zou hebben geuit, is daarvan aangifte gedaan. De aangever heeft daarbij gesteld dat hij door een recent incident met de verdachte alsnog de gestelde uitlatingen als zodanig bedreigend heeft ervaren dat hij hiervan aangifte wilde doen. De vriend van de aangever die als getuige heeft verklaard, is meer dan twee maanden na de aangifte gehoord. De verdachte ontkent dat hij de bedreiging heeft geuit en ook dat het incident dat voor aangever aanleiding zou zijn geweest daarvan alsnog aangifte te doen, heeft plaatsgevonden. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de ten laste gelegde uitingen heeft gedaan en evenmin dat bij de aangever maanden daarna daardoor alsnog de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen door toedoen van de verdachte.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 25 oktober 2017 onder CJIB nummer 9132542003085154.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 mei 2019.

Mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[.......]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Tenlastelegging
  3. Vonnis waarvan beroep
  4. Vordering van het openbaar ministerie
  5. Vrijspraak
  6. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004399-18

datum uitspraak: 23 mei 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-184444-17 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2019.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga jullie vermoorden, ik ga julie neerschieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 150,00.

Vrijspraak

Ruim twee maanden nadat de verdachte de ten laste gelegde bedreiging zou hebben geuit, is daarvan aangifte gedaan. De aangever heeft daarbij gesteld dat hij door een recent incident met de verdachte alsnog de gestelde ten laste gelegde uitlatingen als zodanig bedreigend heeft ervaren dat hij hiervan aangifte wilde doen. De vriend van de aangever die als getuige heeft verklaard, is meer dan twee maanden na de aangifte gehoord. De verdachte ontkent dat hij de bedreiging heeft geuit en ook dat het incident dat voor aangever aanleiding zou zijn geweest daarvan alsnog aangifte te doen, heeft plaatsgevonden.

Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de ten laste gelegde uitingen heeft gedaan en evenmin dat bij de aangever maanden daarna daardoor alsnog de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen door toedoen van de verdachte.

Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 25 oktober 2017 onder CJIB nummer 9132542003085154.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 mei 2019.

Mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M.P. Geelhoed zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[.......]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.