Uitspraak · Materieel strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 11 oktober 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:5122Zaaknummer 001020-18
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 17 juni 2019
- Zaaknummer
- 001020-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing vordering tenuitvoerlegging (art. 14g Sr).
Het hof:
Wijst toe de vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 29 september 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. M. Iedema, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 oktober 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 001020-18
parketnummer: 23-000680-15
BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING
Het hof beslist als volgt naar aanleiding van de op ter griffie van dit gerechtshof ingekomen vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 3 september 2018 betreffende het op 14 oktober 2015 onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van 29 september 2015 in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1978,
adres: [adres 1]
De veroordeelde is bij genoemd arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 219 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarden dat zij:
- zich gedurende de proeftijd onder toezicht stelt van de reclassering, Victas, [adres 2], waarbij zij zich zal houden aan de door de reclassering gegeven aanwijzingen,
welke bijzondere voorwaarde en welk uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar is;
- zich laat opnemen in de Forensische Verslavingskliniek Basalt te Almere, voor de duur van maximaal 12 maanden, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven,
welke voorwaarde en welk uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoer is.
Inhoud van de vordering
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep de tenuitvoerlegging van de bij voornoemd arrest voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gevorderd.
Procesgang
Het hof heeft kennisgenomen van de bij de vordering overgelegde stukken in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer, waaronder een aan het parket van de advocaat-generaal gericht advies van 3 augustus 2018, ondertekend door [naam 1] en [naam 2], reclasseringswerker en unitmanager bij Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering.
De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 27 september 2018. Daar zijn gehoord de advocaat-generaal en mr. I.M. Hagg, advocaat te Amsterdam.
De veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
De vordering is tijdig door de advocaat-generaal ingesteld.
Uit het hiervoor genoemde advies van 3 augustus 2018 van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering blijkt dat de contacten met de veroordeelde bij hervatting van het reclasseringstoezicht op 9 maart 2018 na detentie de eerste maanden goed verliepen. Vanaf juni 2018 vonden de afspraken bij de reclassering niet meer wekelijks plaats. Sinds haar verhuizing naar de woonvoorziening HVO Querido heeft de veroordeelde daar geen enkele nacht geslapen. Ook verliepen de contacten met de casusregisseur daarna moeilijk. Vanaf 27 juli 2018 verscheen de veroordeelde niet meer bij de reclassering en was zij niet meer bereikbaar voor deze instelling. Zij verscheen voorts geregeld niet op haar dagbesteding.
Ten tijde van het opstellen van het reclasseringsadvies was de veroordeelde volledig uit beeld verdwenen. Het gevaars- en recidiverisico wordt zeer hoog ingeschat en de interventies van de reclassering worden ontoereikend geacht. De reclassering is van mening dat de veroordeelde onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden.
Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de veroordeelde de haar opgelegde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Het hof ziet, gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, aanleiding te gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.
Beslissing
Het hof:
Wijst toe de vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 29 september 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. M. Iedema, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 oktober 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 14g Sr
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.