Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 25 april 2018

ECLI:NL:GHAMS:2018:4214Zaaknummer 23-002297-17

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25 april 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
23-002297-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dagvaarding hoger beroep nietig. Niet is gebleken dat het rechtshulpverzoek, strekkende tot betekening van de dagvaarding in hoger beroep op het adres van verdachte in Albanie, door AIRS is doorgeleid aan de Albanese autoriteiten,

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Huizenga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2018.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
  3. Beslissing

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002297-17

datum uitspraak: 25 april 2018

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 29 mei 2007 in de strafzaak onder parketnummer

15-820071-07 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 april 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Uit de door de advocaat-generaal overgelegde stukken is gebleken dat een rechtshulpverzoek, strekkende tot betekening van de dagvaarding in hoger beroep op het hierboven vermelde adres van de verdachte in Albanië, is verstuurd aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken (hierna: AIRS). Dit rechtshulpverzoek bevat het verzoek aan AIRS de autoriteiten in Albanië te verzoeken het rechtshulpverzoek in behandeling te nemen. De advocaat-generaal heeft desgevraagd medegedeeld dat haar niet bekend is of dit rechtshulpverzoek inmiddels is verstuurd aan de Albanese autoriteiten.

Nu ook anderszins niet is gebleken dat het rechtshulpverzoek door AIRS is doorgeleid aan de Albanese autoriteiten, is het hof van oordeel dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De dagvaarding dient op grond daarvan, nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Huizenga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2018.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.