Uitspraak · Strafprocesrecht

Gerechtshof Amsterdam, 8 augustus 2018

ECLI:NL:GHAMS:2018:2893Zaaknummer 23/001886-18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
8 augustus 2018
Publicatiedatum
11 maart 2019
Zaaknummer
23/001886-18
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Hoger beroep, Raadkamer
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opheffing schorsing voorlopige hechtenis, de verdachte heeft zich onvoldoende aan zijn schorsingsvoorwaarden heeft gehouden.

Het hof:

WIJST TOE de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 8 augustus 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma voorzitter,

mrs. F.A. Hartsuiker en H.M.J. Quaedvlieg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 8 augustus 2018,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De feiten en de rechtsgang
  2. De beoordeling
  3. De beslissing

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres].

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2018.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 8 augustus 2018 gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. el Farougui.

Het hof heeft gelet op artikel 82 van het Wetboek van Strafvordering.

De beoordeling

Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 28 mei 2018 en hetgeen bij de behandeling in raadkamer door mevrouw Hamels van de reclassering van het Leger des Heils naar voren is gebracht heeft de verdachte zich onvoldoende aan zijn schorsingsvoorwaarden gehouden. Het hof heeft geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen.

De beslissing

Het hof:

WIJST TOE de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 8 augustus 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma voorzitter,

mrs. F.A. Hartsuiker en H.M.J. Quaedvlieg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 8 augustus 2018,

de advocaat-generaal

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.